Geboren te Gastonia, North Carolina. Margaret Ann "Lionel" Shriver is een Amerikaanse schrijfster en journaliste. Ze komt uit een zeer religieus gezin, waar ethiek boven alles stond. Haar vader, Donald, was presbyteriaanse predikant. Hij werd later hoogleraar sociale ethiek en voorzitter van de "Union Theological Seminary New York". Haar moeder was aanvankelijk huisvrouw, maar ging later werken bij de "National Council on Churches". Shriver was de middelste van drie kinderen, met een oudere broer, Greg, die later gestorven is aan een eetstoornis, en een jongere broer. Op 15-jarige leeftijd veranderde Shriver haar voornaam van Margaret Ann naar Lionel, omdat ze als tomboy vond dat een mannelijke naam beter bij haar paste. Ze studeerde Engels en Russisch aan het Barnard College van Columbia University.
In New York voorzag ze in haar levensonderhoud als manager van een cateringbedrijf en daarna met het geven van cursussen Engels. Later werd ze journalist voor The Economist en The Guardian, waardoor ze als correspondente in verschillende landen ging wonen. Ze woonde 12 jaar als correspondent in Belfast, met daartussen verblijven in Israël, Nairobi, Bangkok. Ze volgde een opleiding voor siersmid.
Rond haar 35ste ging ze samenwonen met een non-fictieschrijver. Die relatie zou 10 jaar duren. In 2003 trouwde ze met jazzdrummer Jeff Williams. Zij bleef bewust kinderloos, maar zocht de controverse op met een artikel in 2005 in de Guardian, waarin ze het moederschap juist ging aanbevelen.
Ze publiceerde haar eerste roman in 1987 toen ze 30 was. In de vijf jaar die volgden publiceerde ze nog vijf romans. Hoewel ze telkens goede kritiek kreeg was er nauwelijks verkoop en voelde ze zich een mislukte schrijfster. In 2003 brak ze door met haar controversiële roman: We moeten het eens over Kevin hebben, die aanvankelijk door dertig uitgevers werd geweigerd. Ze ontving de Orange Prize in 2005. Het boek gaat over de moeder van een kind dat een massamoord in een school pleegt. Het veroorzaakte veel controverse en behaalde succes door mond-tot-mondreclame. De roman werd in 2011 verfilmd onder de titel We Need to Talk About Kevin met Tilda Swinton en Ezra Miller als hoofdrolspelers. Na het verschijnen van deze roman verwierf Shriver de status van succesvolle auteur en bracht bijna jaarlijks een nieuwe roman uit. Met haar in 2010 geschreven boek So much for that (Dat was het dan ) werd Shriver finalist voor de National Book Award. In 2012 publiceerde ze haar spannende roman The new republic (De nieuwe republiek), waarin een journalist verslag moet doen van een opbloeiende terroristische organisatie. In haar roman Big brother: a novel (2013) putte Shriver uit de geschiedenis van haar broer Greg, die stierf aan de gevolgen van overgewicht.
Shriver was journaliste bij The Wall Street Journal, de Financial Times, The New York Times, The Economist, Harper's. Zij was ook actief voor het programma Talkback van Radio Ulster. In juli 2005 begon Shriver controversiële columns te schrijven voor The Guardian, onder andere over het moederschap in de westerse samenleving, "de kleinzieligheid van de Britse regeringsautoriteiten" en het belang van bibliotheken. Shriver schrijft momenteel voor The Spectator en levert af en toe een opiniebijdrage in The Times.
In de zomer van 2024 werd bij Shriver het syndroom van Guillain-Barré vastgesteld, een zeldzame auto-immuunziekte waarbij het lichaam zijn eigen zenuwstelsel aanvalt en de spieren verdwijnen. Ze beschreef de impact in een artikel voor The Free Press : "Ik ging van sets van 500 sit-ups naar het niet meer kunnen doen van één. GBS smolt de biceps van mijn twee reguliere 70/60 sets push-ups om tot rimpelige bingovleugels. Mijn kuitspieren van ontelbare burpees en bergbeklimmers verdwenen – waardoor er een hoop gekartelde huid als souvenirs achterbleef. In het begin kon ik alleen een kop koffie met beide handen optillen. Ik kon me niet omdraaien in bed. Ik heb moeten leren staan en vervolgens lopen, langzaam, trillend, helemaal opnieuw."
Zij en Jeff wonen momenteel in Bermondsey, Londen.
