Geboren te Sint-Amands, Puurs-Sint-Amands, Antwerpen. Emile Adolphus Gustavus Verhaeren was een Franstalig Belgisch auteur en van de markante figuren van het symbolisme. Hij was dichter, schreef korte verhalen, kunstkritiek en toneelstukken. Verhaeren werd geboren als zoon van Henricus Gustavus Maria Gerardus Verhaeren en Joanna Adelaida De Bock. Zijn vader was een lakenhandelaar uit Brussel en zijn moeder hield een textielwinkel in Sint-Amands. Thuis werd Frans gesproken, zoals gebruikelijk in deze kringen. De jonge Verhaeren doorliep de lagere school in Sint-Amands. Dit was de enige periode dat hij actief met het Nederlands in contact kwam. Hij volgde zijn humaniora in de Franse taal, eerst aan het Institut Saint-Louis in Brussel en daarna aan het Collège Sainte-Barbe in Gent, waar hij met Georges Rodenbach in de klas zat. Beiden zouden een literaire carrière uitbouwen. Na zijn humaniora schreef Verhaeren zich in 1875 in als student in de rechten aan de Katholieke Universiteit Leuven. Hij schreef er zijn eerste gedichten en werd een van de medewerkers van het studentenblad La Semaine des Etudiants. Na zijn studies in de rechten liep Verhaeren van 1881 tot 1884 stage bij Edmond Picard in Brussel. Hij liet de advocatuur achter zich voor een literaire carrière. Zijn werk is vertaald in 28 talen (waaronder Engels, Portugees, Russisch, Duits, Chinees en Japans). Bij zijn leven was hij een literaire beroemdheid. Hij werd zelfs de nationale dichter genoemd.
Verhaeren bleef jaren een vrijgezel die opging in zijn schrijversbestaan. Eind 1889 raakte hij in de ban van de Luikse kunstenares Marthe Massin (1860-1931), die hij op het kasteel in Bornem, waar ze tekenles gaf, leerde kennen. Het was liefde op het eerste gezicht en in augustus 1891 huwden ze in Brussel. Ze bleven hun hele leven samen maar kregen nooit kinderen. Na het huwelijk verloor Verhaerens poëzie het donkere, hermetische karakter.
In 1898 laat Emile Verhaeren de Brusselse hoofdstad achter zich en vestigt zich in Parijs, het artistieke en literaire wereldcentrum. Kort daarop verhuisde hij naar Saint-Cloud, een voorstad van Parijs. Hij zou zijn band met België nooit opgeven: in Woluwe verbleef hij regelmatig bij de kunstenaar Constant Montald en in het landelijke Roisin (Henegouwen) betrok hij een buitenhuisje in de buurt van Le Caillou-qui-bique. Met zijn oversteek naar Parijs kreeg de literaire carrière van Verhaeren nieuw elan. Als kunstcriticus publiceert hij studies over Rembrandt (1904) en Rubens (1910) – de twee grote van de Vlaamse en Hollandse schilderkunst – alsook een omvangrijke monografie over James Ensor (1908).
De Eerste Wereldoorlog vormt een breuk in de literaire ontwikkeling van Verhaeren. Zijn hele kosmopolitische wereldbeeld viel in duigen en zijn bewondering voor Duitsland sloeg om in haat. Tijdens de eerste dagen van het conflict schaarde Verhaeren zich onmiddellijk achter de figuur van koning Albert, en hij engageerde zich om de strijd van het bedreigde België voort te zetten met de pen. Tijdens de oorlogsjaren verbleef Verhaeren aanvankelijk in het Verenigd Koninkrijk. In maart 1915 keerde hij terug naar Frankrijk. Op uitnodiging van koning Albert bracht hij twee maal een bezoek aan het frontgebied aan de IJzer. In zijn geschriften en gedichten ging hij heftig te keer tegen de Duitse agressor.
Emile Verhaeren kwam om het leven bij een treinongeval in het station van Rouen. Nog voor de trein naar Parijs stilstond, sprong Verhaeren ongeduldig op de trede van de wagon, maar hij verloor zijn greep en kwam onder de wielen terecht. De mythe wil dat "Mijn vrouw, mijn vaderland" zijn laatste woorden waren.
Zijn stoffelijk overschot werd aanvankelijk begraven op het kerkhof van Adinkerke. Uit veiligheidsoverwegingen werd het eind 1917 overgebracht naar het kerkhof van Wulveringem. Pas in 1927 kreeg Verhaeren zijn monumentale grafmonument (architect: Louis Van der Swaelmen) in een bocht aan de Schelde te Sint-Amands. De herinnering aan Verhaeren wordt op verschillende plekken in België levendig gehouden. In de Koninklijke Bibliotheek van België is zijn schrijverskabinet van Saint-Cloud toegankelijk voor het publiek; het Plantin-Moretus Museum te Antwerpen heeft een Verhaeren-kabinet. In de gemeente Honnelles (Roisin) bevindt zich een Espace Verhaeren en in Sint-Amands is er sinds 1955 een Emile Verhaerenmuseum. In 1955 werd het stoffelijk overschot van de in 1931 gestorven weduwe Marthe Massin bijgezet, waarbij het monument werd vergroot. Achter het monument werd de Marthe Massintuin aangelegd met daarin het beeld: Liefdegetijden, dat geïnspireerd is op het gedicht: Les Heures (De getijden) van Verhaeren.
