Geboren te Cheltenham, Gloucestershire. Edward Adrian Wilson was een Brits poolonderzoeker, arts en ornitholoog. Wilson kwam uit een sterk religieus milieu. Zijn jeugd bracht hij door op een boerderij nabij Gloucestershire, en hij studeerde vervolgens aan het Gonville and Caius College, een onderdeel van de Universiteit van Cambridge. Hier wordt nog steeds de vlag bewaard die Wilson meenam naar de zuidpool. Hij volgde zijn opleiding aan Cheltenham College, Gonville and Caius College in Cambridge en St. George's Hospital in Londen, en groeide uit tot een zeer gerespecteerd autodidactisch kunstenaar en veldonderzoeker. Hij liep tuberculose op tijdens zijn missiewerk in de sloppenwijken van Londen, maar herstelde desondanks.
Hij bewonderde en bestudeerde tot in detail het werk van William Turner, die hij beschouwde als de grootste landschapsschilder. Turner was op zijn beurt een bewonderaar van het werk van Hodges. Er bestaat daarom een duidelijke link in de exploratiekunst van Hodges, via Turner naar Wilson, een link gebaseerd op esthetische techniek en visie, evenals geografie. Met de dood van Edward Wilson gingen de belangrijkste media voor het vastleggen van de wetenschap van de exploratie voornamelijk over op fotografie en film, en werd de discipline van de wetenschappelijke exploratiekunst opnieuw ondergedompeld in het rijk van de esthetiek. Edward Wilson wordt om deze redenen vaak gevierd als expeditiekunstenaar. Edward Wilsons plaats in de kunstgeschiedenis is die van de laatste grote schilder van de ontdekkingskunst.
Wilson nam deel aan twee Britse expedities naar het Antarctische gebied. Tijdens de Discovery-expeditie onder leiding van Robert Falcon Scott die van 1901 tot 1904 duurde, was hij werkzaam als arts en zoöloog. Ernest Shackleton verzocht Wilson vervolgens ook mee te gaan met de Nimrod-expeditie van 1907, maar Wilson bedankte hiervoor. In 1910 ging hij echter wel mee met de eveneens door Scott geleide Terra Nova-expeditie, waarbij hij voor het wetenschappelijke deel verantwoordelijk was. Dit zou tevens Wilsons laatste expeditie worden; hij was een van de vijf mannen die op 18 januari 1912 de zuidpool bereikten, maar op de terugreis omkwamen in een sneeuwstorm.
Tot aan zijn dood behield de religieus ingestelde Wilson een zekere blijheid en kalmte. Hierom zochten zijn reisgenoten tijdens de beide expedities naar Antarctica vaak hun steun en troost bij hem.
