Geboren te Amsterdam, Noord-Holland. Leo Schatz was een Nederlands kunstschilder, tekenaar, dichter en verzetsman. Opgegroeid in Amsterdam-Noord, de armoede in de crisistijd, de Duitse bezetting, de deportaties en het verzet bepalen het eerste deel van Schatz' leven. De voorouders van Leo Schatz kwamen via Polen en Duitsland naar Nederland. Zijn grootvader was voorzanger. Zijn vader volgde hem niet op. Hij was al jong vrijdenker en socialist. Het was een intellectuele man die zich moeilijk kon aanpassen aan de gevolgen van de crisis. Deze crisistijd na de beruchte beurskrach van 1929 bracht het gezin, dat inmiddels in het socialistische Betondorp woonde, in diepe armoede. Als jongen tekende hij graag en op aanraden van Albert Hahn jr. – een vriend van de familie Schatz – werd Leo naar de Kunstnijverheidsschool gestuurd, waar hij in 1939 eindexamen deed. Daarna volgde hij een opleiding aan de Rijksacademie te Amsterdam. De oorlog brak uit, Schatz dook onder en ging het verzet in. Zijn ouders en tweelingbroer overleefden de oorlogsjaren niet.
In de oorlogsperiode was hij ondergedoken in Den Haag, samen met Wim Polak en Bea Biet, met wie hij samen boekjes uitgaf die gedrukt werden ten bate van het verzet – eenvoudige kinderboekjes met titels als Ankie is jarig en 't Arme boertje, die in aantallen van tienduizenden exemplaren werden verkocht. Schatz vervalste bonkaarten en persoonsbewijzen, en Polak deed technisch werk voor het illegale Parool, terwijl Schatz de koppen van die krant tekende. Zijn onderduiknaam was Jan Heertjes.
In 1948 trouwde hij met Sonja Kopuit, die eveneens een traumatisch oorlogsverleden met zich meedroeg. Met lesgeven aan verschillende (kunst)opleidingsinstituten verdiende hij de kost voor zijn gezin dat al gauw twee dochters rijk was: Henriëtte en Irma. In 1969 werd hij docent aan de Academie Minerva in Groningen en de Rietveld Academie in zijn woonplaats Amsterdam.
Na de oorlog gaf Leo tekenles aan heel jonge kinderen: Jeroen de Vries (zoon van binnenhuisarchitect/industrieel ontwerper van Coen de Vries) vertelt er het volgende over: "Een van mijn oudste herinneringen is, dat ik zittend op de schouder van mijn vader door de bovenzalen van het Stedelijk Museum beweeg; we gaan plotseling door een klein deurtje een trap op, en dan word ik afgeleverd bij Leo Schatz. Leo was een vriend van Coen en Klaasje de Vries die op de zolder van het Stedelijk tekenles gaf aan heel jonge kinderen. Dat was een idee van Willem Sandberg die directeur was van het Stedelijk".
Vlak na de oorlog werd Leo Schatz – als oud-verzetsman – door de Deense regering naar Denemarken uitgenodigd. Hij raakte bevriend met diverse Deense schilders en raakte onder de indruk van het werk van de Franse colorist Pierre Bonnard, wiens werk hij daar onder ogen kreeg. Weer terug in Amsterdam experimenteerde hij en maakte hij veelal expressionistische doeken. Hij ontwikkelde een eigen, zeer kleurrijke vorm van expressionisme.
In zijn vroege werk, vanaf ca. 1950 gerekend, is kleur ook al prominent aanwezig, maar de tekenaar is nog goed zichtbaar in de schilderijen: hoekige figuren, sterke contouren, ‘ingekleurde’ vormen, enigszins verwant aan de Duitse groep Die Brücke: Kirchner, Schmidt-Rothluff. Chagall is ook een inspiratiebron.
Persoonlijke tragedie drukte een groot stempel op zijn werk. De dood van zijn dochter Irma in 1984 en de jaren erna markeren een afzonderlijke periode in zijn werk. Het diepe verdriet geeft hij een uitweg in een reeks schilderijen met haar steeds ijlere schim in een verdroomd kleurlandschap, reminiscentie aan hun dagelijkse tochten naar het park Frankendael, vlak nabij hun woning in de Amsterdamse Watergraafsmeer. Hij schildert haar als een oranje of wit verticaal contrapunt in de overige kleuren, eenzaam, verdwijnend in de leegte van het landschap. “Ik wilde haar weer laten leven”, zegt de schilder over die onontkoombaar ontroerende schilderijen.
Na het plotselinge overlijden van zijn vrouw in 2003 kon hij door de schok niet meer schilderen, maar hij vond een nieuwe uitingsvorm in zijn gedichten en tekeningen. In 2005 verscheen zijn dichtbundel met deze tekeningen onder de titel Ik heb geen aanleg voor verdriet.
Regisseur Rudolf van den Berg maakte in 2007, in samenwerking met Interakt Televisieproducties en de Joodse Omroep, een documentaire over het leven en werk van Leo Schatz. Op 1 december 2012 werd Schatz benoemd tot ridder in de Orde van Oranje-Nassau wegens zijn bijzondere bijdragen aan de schilderkunst, het kunstonderwijs en de kunstbeleving. Dit gebeurde tijdens de presentatie van het boek In ieder hoofd zit een ander hoofd en de opening van de gelijknamige expositie in het Museum Jan van der Togt te Amstelveen. Boek en tentoonstelling waren gebaseerd op zijn werk uit die tijd.
Zijn Dynamische Werking uit 1972 staat in een park in Drachten.
Het werk van Leo Schatz is in één woord te karakteriseren: kleur. Zeg maar gerust: KLEUR. Kleur is zijn expressiemiddel, zoals klank dat is van een musicus. Hoe ouder Schatz werd, hoe hoe mededeelzamer de kleur in zijn doeken is gaan gloeien. Ruim 92 jaar oud schildert hij een werk dat wonderbaarlijk licht van toets en tint is: wit, roze, lichtblauw, lila, oker, oranje. “Mozart is ook lichter gaan componeren naarmate hij dichter bij zijn dood kwam”, zegt Schatz zelf met een bescheiden glimlachje.
Overleden te Amsterdam, Noord-Holland
