Persoon/N1106650498

Geboren te Ginneken en Bavel, Noord-Brabant. Sara Voeten-Menco, gebruikte als pseudoniem Marga Minco, was een Nederlandse schrijfster van 'humoristische en absurdistische verhalen en suggestieve, sobere vertellingen'. Ze werd geboren als derde kind van de vertegenwoordiger Salomon Menco, zoon van een orthodox joodse procuratiehouder uit Oldenzaal en Grietje Menco-van Hoorn, dochter van een Groningse textielhandelaar uit 't Zandt. Oorspronkelijk heette de familie Minco; de naam Menco ontstond aan het begin van de 20e eeuw door een schrijffout van een ambtenaar.

Haar grootouders kwamen uit Twente. De auteur herinnerde zich haar grootvader 'als een soort kamergeleerde, altijd bezig met het bestuderen van oude Hebreeuwse geschriften. Als hij bij ons kwam logeren, moesten we niet vergeten onze gebeden te zeggen voor en na het eten en voor het naar bed gaan.' Op zaterdag mochten de kinderen geen licht aansteken en niet fietsen. Omstreeks 1925 verhuisde het gezin naar Breda, waar de vader als parnas een vooraanstaand lid van de joodse gemeenschap aldaar werd. De jaren daarop verhuisden ze nog twee keer binnen Breda, met als laatste woning waar het volledige gezin woonde, tot 1941, een huis aan de Loopschansstraat. Elke zaterdag met een hoge hoed en zwart pak naar de synagoge, alleen op feestdagen door de rest van het gezin vergezeld. Salomon was een vroom man, die zijn religieuze en culturele waarden op zijn kinderen poogde over te brengen; Grietje was wat ruimdenkender en oefende een matigende invloed op haar man uit. Minco's vijf jaar oudere broer Dave ontdeed zich van de voorschriften en verplichtingen van het geloof en effende zo de weg voor zijn jongere zusters. Na het behalen van zijn kandidaats economie moest hij zijn studie staken omdat het joden verboden werd te studeren. Bettie, Minco's één jaar oudere zuster, studeerde aan de Tilburgse Academie voor Beeldende Vorming, maar behaalde later haar praktijkdiploma verpleegkunde.

De vrome inslag van de vader is niet overgegaan op Minco: 'De kerkdienst heeft mij nooit kunnen boeien.' De kinderen voelden de orthodoxe aard van het gezin als een belemmering, omdat ze op zaterdag nergens aan mee mochten doen. Kinderen, aldus de auteur, 'willen nu eenmaal niet in een uitzonderingspositie worden geplaatst. Wij wilden zijn als iedereen.' Het was aan de liberalere inslag van de moeder te danken dat de vader inzag dat een strikt orthodoxe opvoeding de kinderen zou isoleren van hun omgeving. Gedurende haar opleiding aan de Nutsschool voor Meisjes te Breda begon Minco met schrijven. In deze jaren maakte zij kennis met het werk van Couperus, 'wiens Boeken der kleine zielen mij voor het eerst het idee gaven wat literatuur kon zijn.' Ook las zij J. Slauerhoff, Hendrik Marsman en Martinus Nijhoff.

Van het begin af aan vormde de opkomst van het nazisme gespreksstof in het gezin. Een oom van Minco was met een Duitse vrouw getrouwd, wier familieleden al vroeg in concentratiekampen terechtkwamen: 'Wat er met de joden in Duitsland gebeurde, wisten we maar al te goed.' De dag nadat Nederland capituleerde, werd Minco op last van Duits-gezinde commissarissen ontslagen bij de krant, nog voordat de Duitsers hun anti-joodse maatregelen afkondigen.

In het begin van de Tweede Wereldoorlog verbleef zij in Breda, Amersfoort en Amsterdam. Minco kreeg een lichte vorm van tuberculose (tbc) en belandde in ziekenhuizen in Utrecht en Amersfoort. In het najaar van 1942 keerde ze terug in Amsterdam en trok zij in bij haar ouders, die door de Duitse bezetters gedwongen waren om in de Jodenbuurt te gaan wonen. Later tijdens de oorlog werden haar ouders, broer en zus gedeporteerd. Minco is de enige overlevende door aan arrestatie te ontsnappen en de rest van de oorlog onder te duiken. Minco kreeg toen ook een nieuwe naam: Marga Faes waarvan ze de voornaam later aanhield.

Sinds 1945 was Minco getrouwd met de dichter en vertaler Bert Voeten (1918-1992), die zij in 1938 bij de krant had leren kennen. In de oorlog zat zij bij hem ondergedoken. Minco en Voeten kregen twee dochters, Betty en de publiciste Jessica Voeten.

Na de Tweede Wereldoorlog ging Minco naar het adres dat haar moeder haar had gegeven, waar zij (kostbare) eigendommen in bewaring had gegeven (bij zogenaamde bewariërs), om die spullen weer op te halen. Maar de familie weigerde de spullen terug te geven (ze nam alleen wat theelepeltjes mee. Marga Minco vertelt in de documentaire "De Schaduw van de herinnering" uit 2010 dat zij de theelepeltjes (die nog van haar oma geweest waren) uit de kast had gepakt en in haar zak gestoken, op een moment dat zij even alleen in de kamer was. In de documentaire laat zij de betreffende theelepeltjes zien. Achter de andere spullen ging zij verder niet meer aan, vertelt Marga Minco in de documentaire, omdat die spullen hun betekenis voor haar verloren hadden, doordat het gezin van wie die spullen waren, niet meer bestond, vermoord was, op Marga zelf na. Minco beschreef dit voorval in het korte verhaal Het adres, dat van 'mevrouw Dorling', dat in 1957 voor het eerst verscheen en, als beste, bekroond werd door een firma die haar 25-jarig bestaan vierde en bij die gelegenheid een novelleprijsvraag had uitgeschreven. De familie bleek die te zijn van de grootouders van voorzitter van de jury die haar de P.C. Hooftprijs had toegekend, Gillis Dorleijn: Rijksbelastingambtenaar Gillis Dorleijn (1890-1974) en Alida Helena Margaretha Blom (1899-1989). Toen zij in 2018 vernam dat Dorleijn haar zou gaan bellen over die voorgenomen toekenning, had zij laten weten dat zij verkoos dat iemand anders haar dat zou gaan meedelen; dit laatste gebeurde en de prijs werd haar op 18 januari 2019 thuis overhandigd door de secretaris-penningmeester van de stichting, met bijbehorende oorkonde, ondertekend door die laatste en de voorzitter welke "wegens familieomstandigheden" niet bij de prijsuitreiking aanwezig was. Dit alles raakte bekend op 4 juni 2019 toen dit verhaal, samen met het juryrapport en Minco's dankwoord, alsmede een reconstructie van dit gebeuren door haar dochter Jessica Voeten, verscheen. Dorleijn en zijn familie gaven daarop te kennen dat het verhaal hen "pijnlijk heeft geraakt en ons in feite sprakeloos maakt"; ze gaan alsnog de nog aanwezige eigendommen teruggeven.

Na 1945 werkt Minco aanvankelijk bij een aantal kranten en tijdschriften. In 1957 debuteerde Minco als literair auteur met Het bittere kruid, waarvoor haar de Vijverbergprijs werd toegekend, die toen ƒ 1500.- bedroeg. Op de opening van de 24e Boekenweek in 1959 maakte zij kennis met koningin Juliana, waarvan een foto bestaat. Tussen 1950 en 1954 verschenen korte verhalen van Minco in periodieken als Mandril, Haarlems Dagblad en Het Parool. In 1957 verscheen Minco's eerste boek, 'de aangrijpende en onderkoeld geschreven kroniek' van de Jodenvervolging Het bittere kruid, waarin de (naamloze) hoofdpersoon oorlogservaringen beleeft die doen denken aan die van haarzelf. De titel van haar tweede boek, Een leeg huis, heeft niet alleen betrekking op het gesloopte huis dat de hoofdpersoon aantreft wanneer zij na de bevrijding uit haar onderduik terugkeert. De titel verwijst ook naar de leegte die de ik-persoon en haar vriendin Yona in de naoorlogse jaren ervaren. Hieraan wordt bijgedragen door de afstandelijke en soms zelfs vijandige bejegening in Nederland van mensen die na de oorlog uit de kampen terugkeerden. Dit wordt door Marga Minco ook beschreven in de verhalenbundel De andere kant. Het boekje was meteen een succes. Eenmaal uitgebracht voor een prijs van f 1,50, 'vloog het boek de winkel uit. Ik geloof dat er meteen twintigduizend zijn verkocht,' aldus de auteur. In 2015 verscheen Na de sterren, waarin de roman Een leeg huis is opgenomen, alsmede een kleine twee dozijn verhalen. Volgens de criticus van NRC Handelsblad gaat het om drieëntwintig verhalen, terwijl die van de Volkskrant er één minder telt. Hieronder bevindt zich het niet eerder herdrukte verhaal 'Het lelijke knikkertje werd mooi' dat in 1940 verscheen in het Algemeen Handelsblad. Minco zelf maakte de selectie en de titel wijst op de bescheidenheid van de auteur, want het gaat om de derde uitgave in de reeks Gedundrukt van uitgeverij Van Oorschot, waarin eerder werk van Simon Carmiggelt en Annie M.G. Schmidt verscheen: 'de echte sterren, volgens Minco. Voor haar gehele oeuvre ontving zij in 2005 de Constantijn Huygensprijs en in 2019 de P.C. Hooftprijs.

Overleden op 103-jarige leeftijd te Amsterdam.