Geboren te Dinxperlo, een plaats in de Gelderse Achterhoek. Haar vader was eigenaar van lijmfabriek ‘SABA’, haar moeder had een opleiding tot onderwijzeres gevolgd. Anne groeide op als middelste in een gezin met drie kinderen. Op de middelbare school had ze vooral aardigheid in Nederlands, vreemde talen en geschiedenis. Ze studeerde Duits in Amsterdam. Na haar huwelijk met de econoom J.G. Jacobs ging ze in Den Haag wonen en kreeg drie kinderen. Later verhuisde het gezin naar Zoetermeer. Otten werkte als lerares Duits op een middelbare school; daarnaast vertaalde ze, onder haar meisjesnaam, boeken uit het Duits. Op vijftienjarige leeftijd debuteerde ze als schrijfster met een verhaal in De Plattelandsvrouw, het orgaan van de Bond van Nederlandse Plattelandsvrouwen. Tijdens haar studie schreef ze verhalen voor studentenalmanakken. Op aandringen van haar kinderen deed ze in 1974 mee aan een door een krant georganiseerde wedstrijd voor kinderverhalen. Het verhaal dat ze instuurde kreeg geen prijs, zelfs geen eervolle vermelding. Uitgeverij Ploegsma, die alle ingezonden verhalen had opgevraagd, zag er wel wat in en vroeg Otten een kinderboek te schrijven. Dat resulteerde in 'De verhalen van de hond Connall' (1975), waarvan het eerste hoofdstuk het ingezonden verhaal is.
