Geboren te Maastricht. Aldaar toegetreden tot de Congregatie der Eerwaarde Broeders van Onze Lieve Vrouw Onbevlekte Ontvangenis. Op verschillende plaatsen werkzaam als hoofd der school en later als leraar Nederlands M.O. publiceerde hij veel. In de jeugdtijdschriften ‘Roomsche Jeugd’ en ‘Mei’, verder in ‘Van Onzen Tijd’, ‘Opgang’ en ‘Roeping’. Onder het pseudoniem ‘Hein Meeuwise’, verscheen zijn bundel gelegenheidsversjes ‘Van Harte’, en een boekje met kindergedichten ‘Rijmpjes en Lijmpjes’. Zijn latere werkzaamheid als bibliothecaris van de kloosterbibliotheek zijner Congregatie te Maastricht bracht hem tot het schrijven van bibliografische studiën, zoals van de Nederlandse vertalingen van P. Abraham a S. Clara. Zijn ‘Gedichten’, waarvan een eerste bundel verscheen te Maastricht in 1940, zijn melodieus en plastisch, helder van taal en gevoelig van toon. Zij verdienen alleszins ruimere bekendheid dan wat ervan is opgenomen in enkele bloemlezingen, en sommige van zijn guitige en zonnige liedjes zouden zich uitstekend lenen voor zang. Bijzonder fraai uitgegeven is zijn ‘Zilverschoon. Een losse krans van sonnetten, den Zeereerwaarden Broeder Christinus, Algemeen Overste, op het zilveren feest van zijn H. Professie aangeboden door B.E.’ (Maastricht, 21 november 1937). Overleden te Maastricht.
