Persoon/N27

Geboren te Hilversum. Net als haar vader hield ze ervan verhalen te verzinnen. Ze beschouwde dit als een hobby, naast haar werk als zweminstructrice en later lerares jazzballet. Pas na haar huwelijk in 1947 is ze zich gaan toeleggen op het schrijven van boeken. Haar debuut, 'Gonnie en de wonderschelp', verscheen in 1948. In hetzelfde jaar volgde nog een meisjesboek, De zeven wensbloempjes. Ze gebruikte als pseudoniem Ina van Velsen, afgeleid van de voornaam van een vriendin en haar toenmalige woonplaats. Tot 1957 schreef ze onder die naam ongeveer twintig meisjesboeken. Het leven van de schrijfster is niet over rozen gegaan. In 1969 verwoestte een brand al haar boeken, manuscripten en contracten. Elf jaar later was ze betrokken bij een vliegtuigongeluk op Tenerife. Ze lag zes maanden in coma. Als gevolg daarvan verdween een deel van haar herinneringen. De ‘periode Ina van Velsen’ is voor haar één duister gat geworden. Na een diepe en langdurige inzinking begon ze eind jaren zeventig opnieuw te schrijven, aanvankelijk korte verhaaltjes en sprookjes die voorgelezen werden op scholen in de buurt. Onder het pseudoniem Carolien van Hoog publiceerde ze in 1979 'Drie meisjes op de dolfijn'. Enkele jaren later verschenen onder het pseudoniem Kees van Hoog zeven boeken over het duo 'Slimpie en Sloompie'. Twee daarvan beleefden eind jaren tachtig onder haar meisjesnaam Ria Janssen herdrukken in grote oplages bij een andere uitgever. Aan het contact met haar vorige uitgever was door een nieuw uitgeefbeleid een eind gekomen. Voor een winkelketen schreef ze midden jaren tachtig een aantal meisjesboeken onder het pseudoniem Jolanda van Velzen. Sindsdien zijn er geen boeken meer van haar verschenen. Ze houdt zich onder meer bezig met het verzorgen van boekbesprekingen op scholen voor voortgezet onderwijs in haar woonplaats IJmuiden. De onder het pseudoniem Ina van Velsen gepubliceerde meisjesboeken, bestemd voor de leeftijdscategorie tien tot veertien jaar, gaan over onderwerpen die dicht bij huis liggen en herkenbaar zijn voor de lezers, zoals vriendschappen, logeerpartijen, perikelen op school, familierelaties en vakantiebelevenissen. Een enkele keer wordt een wat ingewikkelder probleem aangesneden. 'Inge zet de boel op stelten' (1955) heeft bijvoorbeeld het leven van een voogdijkind als onderwerp. De verhalen zijn eenvoudig maar soms wat rommelig van structuur. Ze zijn vlot geschreven, met veel dialogen. Er is een duidelijk onderscheid tussen goed en kwaad. In de meeste verhalen moet de hoofdpersoon een lastige situatie of karaktertrek overwinnen, wat uiteindelijk lukt. Zo leert de verwende Miep Bekkers in Een uit velen (1953) door haar vriendschap met een klasgenote dat de wereld niet alleen om haar persoontje draait. In 'Marijke van de overkant' (1954) gaat Marijke Hulst in verband met haar zwakke gezondheid een poosje naar Texel. Niet alleen lichamelijk doet dit haar goed, ook geestelijk wordt ze er sterker door; haar verlegenheid en haar angst voor ‘het vreemde’ verdwijnen grotendeels. Ook 'Het nichtje van Meester Prik' (1956) heeft als hoofdpersoon een meisje dat vanwege haar gezondheid een tijd elders woont.

De meisjesboeken die verschenen onder de pseudoniemen Carolien van Hoog en Jolanda van Velzen zijn voor het merendeel op dezelfde leest geschoeid. Het taalgebruik is wel aangepast aan de tijd. Naast onderwerpen die ontleend zijn aan de realiteit komen in sommige boeken ook sprookjesachtige en/of fantastische elementen voor, bijvoorbeeld in 'Gonnie en de wonderschelp' en 'De zeven wensbloempjes'. Helemaal op de fantasie gebaseerd is de Slimpie en Sloompie-serie, die verscheen onder het pseudoniem Kees van Hoog. Deze serie bevatten de avontuurlijke belevenissen van twee dorpsjongens, de ene lang en sloom, de andere klein en slim. Er komen ook bizarre uitvindingen en toverkunsten in voor. Ook in deze fantasieverhalen is de plot meestal eenvoudig. Humor, onder meer door het gebruik van bijnamen en bepaalde krachttermen (‘potmetperenmoes’) is in deze verhalen erg belangrijk. Op de titelpagina staat dan ook steeds vermeld: ‘voor alle jongens en meisjes die graag lachen’.