Geboren te Berchem-Antwerpen. Edward Jozef Peeters is een Vlaamse dichter, sprookjesschrijver en onderwijzer. Na een kortstondige carrière in het leger behaalde hij in 1897 het diploma van onderwijzer en werd het jaar erop benoemd te Oostende. Vanaf die tijd publiceerde hij talrijke essays en werkjes over de onderwijsproblematiek, aanvankelijk in het Frans, later in het Nederlands. Uit de door hem geredigeerde viertalige internationale periodiek Minerva ontstond in 1910 het ‘Bureau international de documentation éducative’, dat over de hele wereld medewerkers had. Stichtte in 1906 ‘de nieuwe pedagogische bibliotheek’.
Voor de oorlog al schreef Peeters tal van vernieuwende artikelen over diverse nieuwe schoolbewegingen, over kinderlectuur, handenarbeid, seksuele voorlichting, zaakonderwijs, enzovoort. Bij het uitbreken van de WO I, verhuisde hij naar Zeeuws-Vlaanderen, waar hij in Oostburg de Belgische school oprichtte. Van 1915 tot 1920 verbleef hij in Nederland, waar hij een schooltje leidde voor Belgische vluchtelingenkinderen te Oostburg. Het werd een proefveld voor zijn opvoedkundige theorieën. Hij verstevigde tevens zijn contacten met Nederlandse opvoedkundigen, onder wie Jan Ligthart. In februari 1920 liet hij het succesrijke Schoolblad voor Vlaanderen van de pers komen; in 1922 stichtte hij de ‘Vlaamsche Opvoedkundige Vereeniging’. In zijn pedagogische opvattingen was hij een volgeling en bewonderaar van Jan Ligthart. De school moest opvoeden voor het leven. Hij pleitte dan ook voortdurend tegen de verstarde methodiek in de overbevolkte schoollokalen en voor een vrije en alzijdige ontwikkeling van opvoeding en onderwijs in een ‘zuiver Vlaamsche’ school.
Geestelijk geknakt door het harde werk en door de tegenwerking vanuit vooral conservatief-katholieke kringen, trok hij zich in 1923 terug in het landelijke Sint-Andries bij Brugge. Omringd door de natuur, door dieren en tuinkabouters, schiep hij zijn eigen fantastische verbeeldingswereld. Onder het pseudoniem Paul Kiroel publiceerde hij meer dan 150 kindersprookjes en enkele populaire volksboekjes. Van Bommetje en zijn maats werden bij het Davidsfonds 75.000 exemplaren gedrukt. Pas op het einde van zijn leven publiceerde hij opnieuw enkele pedagogische werken, onder andere Het lachende leven (1935), waarin hij ‘zijn’ tien levensregels rond het centrale thema ‘geluk te schenken aan anderen’, samenvatte. Overleden te Sint-Andries.
