Persoon/N347

Geboren te Smilde. Was een Nederlandse schrijfster. Dochter van een rabbijn en zus van de dichter Jacob Israël de Haan. Ze was de bijna een jaar oudere zus van de Nederlandse schrijver, jurist, significus en politicus Jacob Israël de Haan, die geboren werd op 31 december van hetzelfde jaar. Carry van Bruggen bracht haar jeugd door in Zaandam. In 1900 werd ze onderwijzeres in Amsterdam. Trad in 1904 in het huwelijk met journalist en romanschrijver Kees van Bruggen met wie zij enkele jaren in Indonesië doorbracht. In 1907 kwamen Carry en Kees van Bruggen terug naar Nederland, toen ook haar eerste boek werd gepubliceerd, 'In de schaduw'. In 1914 (in dat jaar schreef zij 'Het Joodje') verhuisde het echtpaar van Amsterdam naar het Noord-Hollandse Laren, maar het was geen goed huwelijk en ze scheidden in 1917. Ze hertrouwde in 1920 met kunsthistoricus Adriaan Pit en nam de naam Carry Pit-de Haan aan, maar bleef schrijven onder de naam Carry van Bruggen. Van Bruggen leed aan klinische depressie en vanaf 1928 werd ze regelmatig in verpleeghuizen opgenomen. In 1932 overleed ze in haar woonplaats Laren aan een longontsteking, opgelopen nadat ze door een overdosis slaapmiddelen in coma was geraakt. Gezien haar regelmatig gebruik van een groot aantal slaapmiddelen (barbituraten) is het niet zeker of het om zelfdoding gaat. Overleden te Laren. Ze ligt - onder haar schrijversnaam Carry van Bruggen - begraven op het algemene gedeelte van het Sint Janskerkhof in Laren.