Geboren te Amsterdam. Was een Nederlandse schrijver. Thijm was een lid van de familie Alberdingk en zoon van de schrijver, dichter, boekhandelaar en uitgever Joseph Alberdingk Thijm (1820-1889) en Wilhelmina Kerst (1824-1894). In 1887 huwde hij met Catharina Horyaans (1864-1941), van wie hij in 1918 scheidde. Uit dit huwelijk werden twee zonen en een dochter geboren. De jonge Alberdingk Thijm bracht een deel van zijn jeugd door op het katholieke jongensinternaat Rolduc. Samen met onder anderen Willem Kloos, Frederik van Eeden, Herman Gorter en Albert Verwey behoorde Lodewijk van Deyssel tot de Beweging van Tachtig (de Tachtigers). De eerste publicatie van zijn hand De Eer der Fransche Meesters verscheen in 1881 in het tijdschrift van zijn vader Dietsche Warande. In de periode 1882-1889 werkte hij mee aan het weekblad De Amsterdammer. In 1885 werd het literair tijdschrift van de Tachtigers De Nieuwe Gids opgericht, waaraan hij meewerkte. Hij trad echter niet toe tot de redactie. Naar aanleiding van een ruzie met Frans Netscher, die geregeld publiceerde in dit tijdschrift, schreef Van Deyssel in 1886 de brochure Over literatuur. Samen met Albert Verwey richtte hij in 1894 het Tweemaandelijks Tijdschrift op en bleef daarvan redacteur na de voortzetting van dit tijdschrift onder de naam De Twintigste Eeuw. In 1905 richtte hij de Vereniging van Letterkundigen op, met de volgende doelstelling: "De vereeniging wil in de eerste plaats zijn een vakvereeniging ter behartiging der materieele belangen van de letterkundigen". Lodewijk van Deyssel was beroemd om zijn werk als criticus van andermans publicaties. Hij kon daarin zo fel en soms ook zo grof zijn dat deze besprekingen als de "scheldkritieken" bekend zijn geworden. Overleden te Haarlem,
