Lilly en haar broertje Leon moeten op Rudi passen, het kleine teckeltje van de buurvrouw. Leon is helemaal weg van het hondje en wil hem het liefst de hele tijd voor zichzelf. Lilly vindt het niet leuk en wil ook een eigen huisdier om mee te spelen. In haar toverboek staat een spreuk die weleens dé oplossing zou kunnen zijn. Of is er toch iets vreemds aan de hand met de spreuk?