De auteur verhaalt kaleidoscopisch de geschiedenis van Amsterdam, dat zich opmaakt om zijn 700-jarig bestaan te vieren. Hij schetst de opbouw en bloei, maar ook de 'tegengeschiedenis', van volksoproer en middeleeuwse straffen tot en met verzet tegen de metro en straatgevechten. Polet maakt - met name in hoofdstuk II en V - duidelijk dat Amsterdam rijk werd dankzij slavernij. Behalve Amsterdam kent de roman nog enkele 'personages', zoals Lokien en Kilo (bekend uit de vorige vier romans) en 'de geest van de historie', ook wel 'psychoon' en 'het' genoemd, met wiens geboorte de roman besluit. Ze zijn allesbehalve 'persoonlijkheden' met een zelfstandig innerlijk leven, maar muterenden in een bewustzijnsproces.
