Titel/-1963884891

Er waren eens drie ventjes: een ventje van glas, een ventje van hout en een ventje van ijzer. Het ventje van glas was zo helder, dat je dwars door zijn buik kon zien wat er achter zijn rug gebeurde. Het ventje van hout was zo hard, dat je het met duizend spelden kon prikken zonder dat het er iets van voelde. Het ventje van ijzer was ijzersterk - en dat zegt genoeg. Ze leefden, samen in een huisje, maar hadden elke dag ruzie. Dat kwam hoofdzakelijk omdat ijz niet van dezelfde dingen hielden, en dat is begrijpelijk. Ventje glas, bij voorbeeld, was zo dol op glasschilfertjes. Ventje hout daarentegen vond houtkrullen zo lekker en ventje ijzer at uitsluitend ijzervijlsel.