Alexander zet het op een lopen. Achter hem klinken de voetstappen van Lodewijk en de anderen. 'Ik zal jullie niet verraden!' roept Alexander hijgend. Maar beloften helpen hem niet, ze zijn vastbesloten hem te pakken te nemen. Hij springt over het hek van een verlaten huis en rent de tuin en de doolhof in. Al snel weet hij helemaal niet meer waar hij is. Het pad verwijdt zich en hij komt bij een achthoekig gebouwtje. Is niemand hem achterna gekomen? Behoedzaam opent hij een van de deuren. Hij voelt iets raars, een zuigende kracht komt uit de ruimte achter de deur vandaan. Geschrokken wil hij achteruitspringen maar hij voelt hoe alles om hem heen flinterdun wordt. Voor hem ontrolt zich het land. Het is net of er een landkaart wordt uitgevouwen, waarvan de grond opbolt en tot leven komt. Zijn voeten zetten zich in beweging en hij loopt de weg af. Hier is hij nog nooit geweest. Om hem heen worden razendsnel gebouwen opgetrokken. Het ene moment is er niets, het andere moment rijzen er muren op, torens, vlaggen, mensen.
