Titel/1094279267

Het is zomer. Kabouter Klist is aan het werk in de tuin van het kasteel van koning Goedhart. Wipneus geniet van de zon, maar Pim heeft een probleempje. Hij was op de zolder van het kasteel. Daar staat een kist. Pim maakte de kist open en er vollg een eng, zwart beest uit! Wipneus en Pim gaan samen nog een keer kijken. En weer vliegt er een zwart beest uit dat ook nog eens hun mutsen meeneemt! In de kist ligt het Groot-Raadselboek dat Pim kwijt was. Maar er is iets niet in orde met het boek. Als Pim er overheen wrijft, wordt hij helemaal zwart. En even later is hij zelfs helemaal verdwenen.
Wipneus en Pim hebben aan koning Goedhart gevraagd of ze weer op reis mogen. Het zou dan hun vijfentwintigste reis worden. De koning geeft toestemming, want het is binnekort toch vakantie. Wipneus en Pimn hebben een wel heel bijzonder plan. Ze hebben ooit een wonderauto van kabouter Alfabet gekregen. Deze auto willen zo ombouwen tot een raket. En met die raket willen ze het helaal in! Ze werken hard door en op de eerste dag van de vakantie kunnen ze vertrekken. Ze vliegen uren en urenlang en komen dan bij een kasteel. Het is het land van de Sterremannetjes. Ze overnachten in het kasteel. De Sterremannetjes hebben een probleem: de sterren zijn uitgegaan.
De kroon van koning Goedhart is gestolen. Wipneus en Pim gaan op onderzoek uit; eerst naar de tovenaar Barondo. Die ziet in zijn toverbol dat de dief Pimpelaar heet. Hij woont ergens aan het water, misschien aan de Sprookjeszee. Gelukkig hebben Wipneus en Pim de vliegende paraplu bij zich. Zo kunnen ze vanuit de lucht zoeken. Ze komen bij de Sprookjeszee bij het huisje van vrouwtje Paling. Haar geit is pas gestolen. Ook vertelt zij dat niet ver weg een leeg huisje staat. Zou Pimpelaar zich daar misschien hebben verstopt? Wipneus en Pim gaan maar eens bij dat huisje kijken. En ja hoor, daar zien ze Pimpelaar. 's Nachts sluipen ze het huis in. Ze vinden een kaart met allemaal kruisjes.