Drie kinderen hadden het oude huis in bezit genomen, het was hun museum, vergaderplaats en rovershol. Maar opeens wordt het verlaten huis bewoond door een stel eigenaardige mensen, en Oene, de beeldhouwer. Gelukkig mogen de kinderen er nog steeds komen. Jikkie komt dus vaak bij Oene en kijkt dan naar de Gaper, die hij heeft gemaakt. Als ze op een dag de pil op de tong van de Gaper aanraakt, valt die eruit. De pil is geen tijgeroog-knikker, zoals ze denkt. Het is de heksensteen van Oene. De knikker verhuist van de ene naar de andere broekzak. Degene die hem bezit, merkt dat hij opeens gedachten kan lezen, of met dieren kan praten, of plotseling heel goed kan rekenen. En niemand heeft enig idee waardoor dat komt.
