De roman van Frank Liedel suggereert de troosteloze leegte van een wereld zonder waarachtige menselijke warmte, een wereld waar die menselijke warmte ofwel niet meer bestaat ofwel alleen nog maar onderduims kan worden beleefd. Het gaat over een maatschappij waar men permanent wordt in de gaten gehouden, waar men een nummer is geworden. Men moet er door de Overheid gewenste persoonsbewijs hebben en een priknummer: men wordt ‘de bakker’, d.i. de meikever die met een touwtje aan zijn poot moet rondkrassen naar de grillen van het spelende kind. Het verzet van de kaartweigeraars wordt geïnterpreteerd als een ‘sociale afwijking’. Inspecteurs en agenten zitten die weerspanningen als rattenvangers achterna. Een ander belangrijk thema in deze roman is het probleem van het verlies van de huwelijkspartner, dit wordt ook, hoewel anders, in Liedels novelle ‘Om de linkerhand van Sint Antonius van Padua’ behandeld. Kunnen zij zo gelukkig worden als toen hun partner er nog was, die achtergeblevenen of verlaten mannen? Zijn ze vroeger waarlijk zo gelukkig geweest of is dat maar een inbeelding van achteraf? Hebben ze het geluk van hun respectieve vrouwen kunnen peilen of was dat ook maar een overdrijving of een inbeelding? Slagen ze erin het ontstane vacuüm weer te vullen, op een zinrijke manier, met een andere vrouw, door een volgehouden eenzaamheid of met artificiële middelen? Tenslotte stelt dit probleem zich voor vier mannen in de roman: Boni, Coleman, Mabesone en de vader van Veerle. De lucide en totaal eigen manier van formuleren treft de lezer in heel deze meeslepende roman, waarin een beheerste spanning zit. Frank Liedel is geen modeschrijver van de dag en van één dag. Nu de inhoud van zijn anticipatieroman op tal van plaatsen al verbijsterende realiteit aan ’t worden is en nu velen bang geworden zijn voor een absurde wereld, krijgt dit boek een prangende betekenis. Frank Liedel bevestigt zijn onvergelijkbare plaats in onze letteren ermee. Inhoudelijk zowel stilistisch één van zijn beste werken.
