Pipper en zijn vriendje Ukkie groeien op in een arme volkswijk. Pipper is wees en woont in een groentekeldertje met zijn pleegmoeder. Hij moet hard werken en heeft weinig tijd voor school. Samen lezen de jongens een spannend boek over mensen die afdalen in een krater van een vulkaan. Hierdoor is Ukkie vastbesloten om ooit het binnenste van de aarde te willen zien.
Als de vrienden een inbraak in een garage weten te voorkomen, krijgen ze als beloning een stuk carbid. Nu kunnen ze hun eigen vuurspuwende berg maken! Helaas lukt dit zo goed, dat een bosbrand ternauwernood voorkomen kan worden.
Ukkie kan goed leren en belangstellende rijke mensen zorgen ervoor dat hij naar de H.B.S. mag gaan. Hij verhuist naar een betere buurt en zijn vader krijgt een goede baan aangeboden. De jongens besluiten om toch altijd vrienden te blijven, ondanks dat Ukkie zal gaan studeren voor mijn-ingenieur en Pipper groenteboer zal worden. Doch als Pippers pleegmoeder van de trap valt en sterft, besluit Pipper om de wijde wereld in te trekken. Na zijn eindexamen gaat de héér Frits Hille (Ukkie) naar de technische Hogeschool te Delft om te studeren voor mijn-ingenieur. Jaren later tijdens een studiereis in Duitsland ontmoet hij Pipper weer en samen keren ze naar huis terug.
