De heks Kroepoek heeft de zaadjes van de blauwe viool uit het paleis van koning Goedhart gestolen. Deze zaadjes zijn erg belangrijk voor dokter Knippeling. Hij heeft de zaadjes nodig om de allerfijnste drankjes en pilletjes voor de kabouters in Sprokkjesland te maken. Wipneus en Pim gaan op pad om de zaadjes te achterhalen. Ze krijgen slaappoeder mee. Al gauw blijkt dat goed van pas te komen, want ze maken een boze wolf ermee in slaap. Op zoek naar een slaapplaats komen de bij de Kolenbaouters en hun koning Sjarbon terecht. Daar horen ze dat prins Osvaldo, de zoon van koning Guldemond, door de heks gevangen is genomen.
Baas Bosje komt bij het paleis van koning Goedhart om hulp vragen. De wekker van Baas Bosje is kapot gegaan. Daarom was hij op zoek naar Klepel-Tinus, de klokkenmaker. Klepel-Tinus was er echter niet meer; zijn huis was leeg. De koning vraagt Wipneus en Pim om uit te zoeken wat er aan de hand is. Ze gaan eerst maar eens naar het huisje van Klepel-Tinus. Het huis is helemaal overhoop gehaald, maar van Klepel-Tinus is geen sproor te vinden. Wel vinden ze een geheimzinnig aantekenboekje. Daar staat in geschreven 'Eigendom van Tollebol, heerser van het Zwarte Woud'.
Het is herfst. Schorretje, het Plaagmannetje, loopt in het bos. Schorretje heeft een hekel aan alles en iedereen. Hij heeft een ezel, Mok, waarmee hij ook al niet zo goed kan opschieten. Schorretje gaat maar eens belletje trekken bij het kasteel van koning Goedhart. Daarna glipt hij het kasteel binnen en haalt allemaal vervelende streken uit. Zo sluit hij Wipneus en Pim op. Als Schorretje weer naar het bos is gegaan en Wipneus en Pim weer bevrijd zijn, gaat Pim op zoek naar de boosdoener. Intussen heeft Schorretje in het bos een elfje bang gemaakt en haar toverstaf afgepakt. Pim kan Schorretje niet vinden, maar vindt wel de ezel en het wagentje van Schorretje. Pim gaat hiermee naar het kasteel.
