Titel/4458

Zo wit als sneeuw was het paardje uit de zee. Zijn hoefjes waren van goud en zijn oortjes stonden omhoog als bloemblaadjes. Zijn ogen stonden helder en waren zo geel als de kleur van de maan in september. Mijnheer Blom had het in zijn visnet opgehaald en hij liet het zien aan zijn dochtertje Molly. Zij liet het zien aan haar vriendje Peter die aan het strand altijd op de rijezeltjes paste. En hij vertelde in het hele dorp Piskerton van die wonderlijke vangst. De burgemeester zei dat het paardje maar moest blijven want het zou de mensen in het dorp beslist geluk brengen. En daarmee begon de narigheid voor de burgemeester, want het paardje wou weer naar zee terug en alles liep in de war in Pisterton, totdat Molly en Peter zorgden dat het paardje uit de zee zijn zin kreeg.