Titel/6623

Het korte verhaal leeft zowel in Vlaanderen als in Nederland. Het genre wordt beoefend door huisvrouwen, studenten, juristen, koopvaardijofficieren, handelsreizigers, psychotherapeuten, leraren, researchers, bedienden, apothekers en belastinginspecteurs. Tot deze bemoedigende conclusie kwam het Vlaamse nieuwsmagazine 'Knack', dat in het voorjaar van 1978 een wedstrijd had uitgeschreven voor korte verhalen. Er kwamen ruim negenhonderd inzendingen op. Was dat een eerste verrassing, de tweede kwam bij het lezen. Er bleek namelijk reëel talent aanwezig te zijn bij deze amateur-schrijvers, en niet zo weinig ook. Vandaar dat Knack besloot om zich niet te beperken tot het publiceren van de bekroonde drie verhalen, maar er integendeel ruim zestig af te drukken in negen lectuur-bijlagen. Karel Anthierens, die de organisatie van de wedstrijd heeft geleid, brengt in deze bundel een eerste selecte verhalen samen. Wie denkt dat hij alles gehad heeft, dat hij de egotripperijen en de stilistische hoogstandjes van onze 'gevestigde' auteurs nu wel voor bekeken houdt, kan in deze bundel een verfrissend literair bad ondergaan. Deze amateurs hebben niet alleen wat te vertellen, ze weten hun ideeën ook helder over te brengen, in een taal die vaak weldadig aandoet.