Titel/8253

Plotseling hoorden ze voetstappen. Angstig keken Puk en Muk elkaar aan. Voetstappen...

"Hoor je dat, Muk?"

Puk en Muk Roerloos spitste Muk zijn oren... "Het lijken geen kindervoetjes. Net de stappen ven een grote kerel!"

"Verdikkie, Muk! Misschien is het Hanneke Maan, je weet wel, waar oom laatst van vertelde! Nou, hou je dan maar taai, joh. 't Zou best eens een ouwe knorrepot kunnen wezen die ons weg wil jagen. En praat vooral je mond niet voorbij."

Muisstil bleef het tweetal wachten, terwijl het geslof en geklos duidelijk naderbij kwam. Opeens zagen ze tussen twee beren een oud mannetje verschijnen... een heel oud mannetje met een baard tot op z'n tenen. Op z'n rug droeg hij een bos hout. In zijn rechterhand hield hij een vreselijke knuppel. Vreselijk? Nee, toch niet. Puk en Muk zagen meteen dat het mannetje waarschijnlijk niets kwaads van plan was. Het schrok alleen maar en zette grote ogen op. Het keek erg verbaasd nu hij plots twee zulke peuters voor zijn voeten zag. Even was het stil. Even maar, want Puk en Muk namen tegelijk hun mutsen af en riepen: "Dag Manneke Maan! Hoe gaat het ermee?"