Data import; schrijvers - main-props |
Geen bewerkingssamenvatting |
||
| (6 tussenliggende versies door 2 gebruikers niet weergegeven) | |||
| Regel 1: | Regel 1: | ||
Geboren in Gorredijk en | Geboren te Gorredijk, Friesland. Libbe Gerrit van der Wal was een Nederlandse schrijver. | ||
Libbe van der Wal als nakomertje geboren in het gezin van de directeur van de posterijen in Gorredijk. Hij had nog een zuster en een broer en vooral deze broer, Gerben, heeft een belangrijke invloed gehad op de eerste dertig jaren van zijn vorming. Van zijn ouders was het zijn moeder, meer dan zijn vader, die hij levenslang diep bewonderd en geacht heeft. Met zijn vader heeft hij vaak op gespannen voet geleefd, wellicht doordat zij een aantal dominante karaktertrekken gemeen hadden, in het bijzonder de neiging om onverbloemd de eigen mening luidkeels te verkondigen - en de drift. Maar na een heftige uiteenzetting toen Libbe al bij de dertig was - die bijzonder beslissend moet zijn geweest, werd de verhouding van weerskanten veel meer begrijpend. Libbe was een goede, hoewel geen briljante leerling. Hij was een aardige, spontane jongen, zoals hij genoemd werd: ‘een jongen, met rood haar en in het rooie district geboren.’ | |||
In 1912 verhuisde de familie naar Groningen, waar Libbe het gymnasium bezocht. De rector Groeneboom, later zijn hoogleraar, heeft veel invloed gehad op zijn groei, maar het waren in het bijzonder de Homeruslessen van Hofstee, waarover hij ook in later jaren nog sprak als van richtinggevende aard voor zijn ontwikkeling. | |||
In 1915 is zijn eerste verhaal ''De ogen'', onder het pseudoniem Frisianus, geplaatst in het landelijke gymnasiastenblad ''Rostra Gymnasiorum''. Maar ook ruikt hij voor het eerst van zijn leven de schmink - hij speelt zijn eerste rolletje in een klucht voor de schoolvereniging Eloquentia: ''De moord in de plantage''. Kort daarna zag hij een voorstelling van ''Dolle Hans'' van Jan Fabricius en het is hem zijn gehele leven bijgebleven dat hij van dàt moment af er van overtuigd was iets op het toneel te kunnen betekenen. | |||
Libbe zakte voor het eindexamen, hij werd in de leraarskamer lui en pedant genoemd. De hoofdoorzaak was dat hij geheel in beslag werd genomen door toneelspelen en regisseren. In de vierde klas was hij lid geworden van Eloquentia, maar ook voor de toneelgroep van de meisjes-burgerschool koos hij stukken, leidde en speelde. Bovendien ontmoette hij in het zesde jaar zijn aanstaande vrouw Gabrielle. | |||
In 1920 slaagde hij tenslotte wel en na enig weifelen koos hij Oude talen als zijn studievak aan de universiteit van Groningen. Hij kreeg les onder meer van zijn oude rector Groeneboom (Grieks), Van Wageningen (Latijn) Heymans (Antieke filosofie). | |||
In 1924 kwam er een beslissende wending in zijn leven. Er werd op het Zwolse gymnasium een invaller-leraar Oude talen gezocht voor een periode van drie maanden. Libbe van der Wal werd daarvoor door Groeneboom aangezocht. Hij aanvaardde het - en het werd een carrière in Zwolle van zeven jaar. Zijn studententijd was daarmee definitief ten einde, hoewel hij, door een geschikt arrangement van zijn hoogleraren, tijdens de weekends nog wel kon doorstuderen. Intussen leidde hij een nogal ingewikkeld leven, met zijn werk in Zwolle, zijn studie in Groningen en zijn verkering met Gabrielle. Tegen het einde van 1925 - op 21 december - hakten zij de knoop door en trouwden. Zij gingen in Zwolle op kamers wonen. Het volgende jaar - 7 juli 1926 - deed hij zijn doctoraal examen. Weer een jaar later, op 29 juni 1927, werd hun dochtertje Siedeke geboren. | |||
Hij werd in 1936 benoemd tot rector van het Stedelijk Gymnasium in Delft - later genaamd: Hugo Grotius Gymnasium - en hij zal zich tot het einde van zijn carrière in 1966 daar onderscheiden als een onvergetelijke docent en schoolleider. | |||
Een kleine reeks van publicaties op het gebied van zijn vak is van zijn hand verschenen.[[/www.dbnl.org/tekst/ jaa003197501 01/ jaa003197501 01 0013.php#105|2]] Daarnaast produceerde hij, na zijn vijftigste jaar, een langere reeks van romans, toneelspelen en detectiveverhalen.[[/www.dbnl.org/tekst/ jaa003197501 01/ jaa003197501 01 0013.php#106|3]] Maar wat in zijn wijsgerig-wetenschappelijke publicaties exact aan de orde komt,[[/www.dbnl.org/tekst/ jaa003197501 01/ jaa003197501 01 0013.php#107|4]] is eigenlijk in al zijn werk het hoofdthema: de filosofische bezinning op het vraagstuk van de zedelijke verantwoordelijkheid. Dat geldt in wezen ook voor zijn detectiveverhalen - waar de ondergrond altijd gevormd wordt door het menselijke dilemma van emoties en beheersing, overmacht of aansprakelijkheid - maar dit thema komt bijzonder duidelijk aan het licht in zijn dramatische werk. | |||
Op het laatst van zijn leven schreef hij - zoals gezegd - herinneringen. Na het ontroerende verhaal over de jeugd van zijn vrouw Gabrielle,[[/www.dbnl.org/tekst/ jaa003197501 01/ jaa003197501 01 0013.php#109|6]] begon hij aan zijn eigen memoires. Hij schreef, met kennelijk plezier, in tamelijk vlot tempo; hier had hij nu een stof die hem de gelegenheid bood verscheidene eigenschappen de vrije loop te laten: vertellen, ontleden, redeneren, beeldend voorstellen, dialogen schrijven. | |||
Maar toen kwam plotseling zijn vrouw te overlijden. Een diepe inzinking was het gevolg; tussen deze twee mensen had meer dan vijftig jaar lang een zeldzame, gedifferentieerde verstandhouding bestaan, van vereffening, wederzijdse aanvulling en vergroeiing. Manmoedig wist hij zich weer op te richten en hij schreef verder. Op het laatst van zijn leven leek een nieuw perspectief van vriendschap hem te gaan steunen. | |||
Overleden aan een hersenbloeding te Laren, Noord-Holland. | |||
| ws-page-props | |||
|---|---|---|---|
| Regel 1: | Regel 1: | ||
{{Person | {{Person | ||
| | |NaamGew=Libbe van der Wal | ||
|NaamBiblio=Wal, Libbe van der | |||
|NaamBiblio=Wal, Libbe | |||
|NaamSoort=Werkelijke naam | |NaamSoort=Werkelijke naam | ||
|Primair= | |||
|Nat=Nederland | |||
|DatumGeboren=25-01-1901 | |DatumGeboren=25-01-1901 | ||
|TerminusAQuo=1901-01-25 | |||
|PlaatsGeboren=Gorredijk, Friesland | |||
|LandGeboren=Nederland | |||
|DatumOverleden=27-04-1973 | |DatumOverleden=27-04-1973 | ||
| | |TerminusAdQuem=1973-04-27 | ||
|PlaatsOverleden=Laren, Noord-Holland | |||
|LandOverleden=Nederland | |||
|Pic=Wal-libbe-van-der-88319-1730495970.jpg | |||
|ID=4278 | |||
|NaamNr=1 | |||
|Tabel=tblSchrijvers | |||
|GUID={C4298FEE-2728-11D8-B1DD-00105A7169F9} | |||
|MemoID=14459 | |||
}} | }} | ||
Huidige versie van 4 nov 2024 22:12
Geboren te Gorredijk, Friesland. Libbe Gerrit van der Wal was een Nederlandse schrijver.
Libbe van der Wal als nakomertje geboren in het gezin van de directeur van de posterijen in Gorredijk. Hij had nog een zuster en een broer en vooral deze broer, Gerben, heeft een belangrijke invloed gehad op de eerste dertig jaren van zijn vorming. Van zijn ouders was het zijn moeder, meer dan zijn vader, die hij levenslang diep bewonderd en geacht heeft. Met zijn vader heeft hij vaak op gespannen voet geleefd, wellicht doordat zij een aantal dominante karaktertrekken gemeen hadden, in het bijzonder de neiging om onverbloemd de eigen mening luidkeels te verkondigen - en de drift. Maar na een heftige uiteenzetting toen Libbe al bij de dertig was - die bijzonder beslissend moet zijn geweest, werd de verhouding van weerskanten veel meer begrijpend. Libbe was een goede, hoewel geen briljante leerling. Hij was een aardige, spontane jongen, zoals hij genoemd werd: ‘een jongen, met rood haar en in het rooie district geboren.’
In 1912 verhuisde de familie naar Groningen, waar Libbe het gymnasium bezocht. De rector Groeneboom, later zijn hoogleraar, heeft veel invloed gehad op zijn groei, maar het waren in het bijzonder de Homeruslessen van Hofstee, waarover hij ook in later jaren nog sprak als van richtinggevende aard voor zijn ontwikkeling.
In 1915 is zijn eerste verhaal De ogen, onder het pseudoniem Frisianus, geplaatst in het landelijke gymnasiastenblad Rostra Gymnasiorum. Maar ook ruikt hij voor het eerst van zijn leven de schmink - hij speelt zijn eerste rolletje in een klucht voor de schoolvereniging Eloquentia: De moord in de plantage. Kort daarna zag hij een voorstelling van Dolle Hans van Jan Fabricius en het is hem zijn gehele leven bijgebleven dat hij van dàt moment af er van overtuigd was iets op het toneel te kunnen betekenen.
Libbe zakte voor het eindexamen, hij werd in de leraarskamer lui en pedant genoemd. De hoofdoorzaak was dat hij geheel in beslag werd genomen door toneelspelen en regisseren. In de vierde klas was hij lid geworden van Eloquentia, maar ook voor de toneelgroep van de meisjes-burgerschool koos hij stukken, leidde en speelde. Bovendien ontmoette hij in het zesde jaar zijn aanstaande vrouw Gabrielle.
In 1920 slaagde hij tenslotte wel en na enig weifelen koos hij Oude talen als zijn studievak aan de universiteit van Groningen. Hij kreeg les onder meer van zijn oude rector Groeneboom (Grieks), Van Wageningen (Latijn) Heymans (Antieke filosofie).
In 1924 kwam er een beslissende wending in zijn leven. Er werd op het Zwolse gymnasium een invaller-leraar Oude talen gezocht voor een periode van drie maanden. Libbe van der Wal werd daarvoor door Groeneboom aangezocht. Hij aanvaardde het - en het werd een carrière in Zwolle van zeven jaar. Zijn studententijd was daarmee definitief ten einde, hoewel hij, door een geschikt arrangement van zijn hoogleraren, tijdens de weekends nog wel kon doorstuderen. Intussen leidde hij een nogal ingewikkeld leven, met zijn werk in Zwolle, zijn studie in Groningen en zijn verkering met Gabrielle. Tegen het einde van 1925 - op 21 december - hakten zij de knoop door en trouwden. Zij gingen in Zwolle op kamers wonen. Het volgende jaar - 7 juli 1926 - deed hij zijn doctoraal examen. Weer een jaar later, op 29 juni 1927, werd hun dochtertje Siedeke geboren.
Hij werd in 1936 benoemd tot rector van het Stedelijk Gymnasium in Delft - later genaamd: Hugo Grotius Gymnasium - en hij zal zich tot het einde van zijn carrière in 1966 daar onderscheiden als een onvergetelijke docent en schoolleider.
Een kleine reeks van publicaties op het gebied van zijn vak is van zijn hand verschenen.2 Daarnaast produceerde hij, na zijn vijftigste jaar, een langere reeks van romans, toneelspelen en detectiveverhalen.3 Maar wat in zijn wijsgerig-wetenschappelijke publicaties exact aan de orde komt,4 is eigenlijk in al zijn werk het hoofdthema: de filosofische bezinning op het vraagstuk van de zedelijke verantwoordelijkheid. Dat geldt in wezen ook voor zijn detectiveverhalen - waar de ondergrond altijd gevormd wordt door het menselijke dilemma van emoties en beheersing, overmacht of aansprakelijkheid - maar dit thema komt bijzonder duidelijk aan het licht in zijn dramatische werk.
Op het laatst van zijn leven schreef hij - zoals gezegd - herinneringen. Na het ontroerende verhaal over de jeugd van zijn vrouw Gabrielle,6 begon hij aan zijn eigen memoires. Hij schreef, met kennelijk plezier, in tamelijk vlot tempo; hier had hij nu een stof die hem de gelegenheid bood verscheidene eigenschappen de vrije loop te laten: vertellen, ontleden, redeneren, beeldend voorstellen, dialogen schrijven.
Maar toen kwam plotseling zijn vrouw te overlijden. Een diepe inzinking was het gevolg; tussen deze twee mensen had meer dan vijftig jaar lang een zeldzame, gedifferentieerde verstandhouding bestaan, van vereffening, wederzijdse aanvulling en vergroeiing. Manmoedig wist hij zich weer op te richten en hij schreef verder. Op het laatst van zijn leven leek een nieuw perspectief van vriendschap hem te gaan steunen.
Overleden aan een hersenbloeding te Laren, Noord-Holland.
