Geen bewerkingssamenvatting |
|||
| Regel 1: | Regel 1: | ||
Geboren te Den Haag, Zuid-Holland. Freddy Albert (Fred) Julsing was een Nederlandse illustrator, cartoonist en stripauteur. Hij was de zoon van Fred (Frikke) Julsing en Alberdina Vonk. Zijn vader tekende in 1948 vijf albums van de stripreeks ''De helse patrouille'' onder het pseudoniem Larry Morgan. Zijn interesse in strips werd met name gewekt door het lezen van ''Robbedoes en de erfgenamen'' van André Franquin. | |||
In 1958 tekende Julsing cartoons in het tijdschrift ''Autovisie''. Hij werkte vervolgens vanaf begin jaren 60 tot begin jaren 70 voor Toonder Studio's. Aanvankelijk assisteerde Julsing daar Thé Tjong-Khing en Jan Wesseling met de strips ''Koning Hollewijn'' en ''Student Tijloos''. Vervolgens was hij daar van april 1965 tot maart 1971 de assistent van Marten Toonder. Hierbij deed Julsing het voorschetswerk van de strip ''Tom Poes''. Hij hielp hier ook mee met ''Kappie'' en ''Panda''. In 1968 tekende hij ''Klinsklansklandere van de ene bil op de andere'' in opdracht van de Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming (NVSH). Dat was tevens ook zijn eerste strip die onder zijn naam verscheen. | |||
In deze periode woonde Julsing ook een drietal jaar in Antwerpen. Van 1969 tot 1972 tekende hij af en toe illustraties voor het tijdschrift ''Sjors'' via Studio Jan Kruis. Julsing tekende vanaf 1970 ook voor het stripblad ''Pep'' met strips zoals ''Wellington Wish'' en ''De broertjes Samovarof & Co''. In 1970 tekende hij ''Komkommertje en Martientje'', een verhaal dat sterk gebaseerd was op ''Paulus de boskabouter'' van Jan van Oort (pseudoniem Jean Dulieu) qua inhoud en vorm. Van 1971 tot 1973 zat hij in de redactie van het tijdschrift ''Stripschrift''. In 1975 fuseerden ''Sjors'' en ''Pep'' tot ''Eppo''. Bij de reorganisatie daarvan werd zijn werk niet verdergezet. Aanvankelijk tekende Julsing een jaar cartoons in de krant ''Het Vrije Volk'' en een vedettestrip over André van Duin in de ''Veronicagids''. Dan tekende hij voor de jeugdtijdschriften van uitgeverij Malmberg waaronder ''Taptoe'', ''Okki'' en ''Jippo''. Julsing tekende ook van 1983 tot 1990 de gagstrip ''Ukkie'' in het tijdschrift ''Margriet''. In 1992 overleefde hij als passagier de vliegramp bij Faro, waarna Julsing verhuisde naar de Verenigde Staten. Zijn laatste strip verscheen in 1993. Vanaf dat moment begon hij de ervaringen van de vliegtuigcrash in spirituele beelden te verwerken en publiceerde uiteindelijk in 2002 een geïllustreerde kroniek van de vliegtuigcrash in ''Het Parool'' bij ''Tien Jaren Net Niet Dood''. Daarna wilde hij een nieuwe carrière beginnen. | |||
Fred Julsing was een eigenzinnige tekenaar met een opmerkelijke stijl, die in de loop der jaren diverse malen veranderde. | |||
Julsing won in 1960 de Jacob Maris Jeugdprijs voor de grafische kunst wegens enkele litho's. In 1985 ontving hij de stripschappenning van Het Stripschap voor het verhaal ''De gouden vogel''. | |||
Overleden te Grass Valley, Californië. | |||
Huidige versie van 2 jul 2026 14:32
Geboren te Den Haag, Zuid-Holland. Freddy Albert (Fred) Julsing was een Nederlandse illustrator, cartoonist en stripauteur. Hij was de zoon van Fred (Frikke) Julsing en Alberdina Vonk. Zijn vader tekende in 1948 vijf albums van de stripreeks De helse patrouille onder het pseudoniem Larry Morgan. Zijn interesse in strips werd met name gewekt door het lezen van Robbedoes en de erfgenamen van André Franquin.
In 1958 tekende Julsing cartoons in het tijdschrift Autovisie. Hij werkte vervolgens vanaf begin jaren 60 tot begin jaren 70 voor Toonder Studio's. Aanvankelijk assisteerde Julsing daar Thé Tjong-Khing en Jan Wesseling met de strips Koning Hollewijn en Student Tijloos. Vervolgens was hij daar van april 1965 tot maart 1971 de assistent van Marten Toonder. Hierbij deed Julsing het voorschetswerk van de strip Tom Poes. Hij hielp hier ook mee met Kappie en Panda. In 1968 tekende hij Klinsklansklandere van de ene bil op de andere in opdracht van de Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming (NVSH). Dat was tevens ook zijn eerste strip die onder zijn naam verscheen.
In deze periode woonde Julsing ook een drietal jaar in Antwerpen. Van 1969 tot 1972 tekende hij af en toe illustraties voor het tijdschrift Sjors via Studio Jan Kruis. Julsing tekende vanaf 1970 ook voor het stripblad Pep met strips zoals Wellington Wish en De broertjes Samovarof & Co. In 1970 tekende hij Komkommertje en Martientje, een verhaal dat sterk gebaseerd was op Paulus de boskabouter van Jan van Oort (pseudoniem Jean Dulieu) qua inhoud en vorm. Van 1971 tot 1973 zat hij in de redactie van het tijdschrift Stripschrift. In 1975 fuseerden Sjors en Pep tot Eppo. Bij de reorganisatie daarvan werd zijn werk niet verdergezet. Aanvankelijk tekende Julsing een jaar cartoons in de krant Het Vrije Volk en een vedettestrip over André van Duin in de Veronicagids. Dan tekende hij voor de jeugdtijdschriften van uitgeverij Malmberg waaronder Taptoe, Okki en Jippo. Julsing tekende ook van 1983 tot 1990 de gagstrip Ukkie in het tijdschrift Margriet. In 1992 overleefde hij als passagier de vliegramp bij Faro, waarna Julsing verhuisde naar de Verenigde Staten. Zijn laatste strip verscheen in 1993. Vanaf dat moment begon hij de ervaringen van de vliegtuigcrash in spirituele beelden te verwerken en publiceerde uiteindelijk in 2002 een geïllustreerde kroniek van de vliegtuigcrash in Het Parool bij Tien Jaren Net Niet Dood. Daarna wilde hij een nieuwe carrière beginnen.
Fred Julsing was een eigenzinnige tekenaar met een opmerkelijke stijl, die in de loop der jaren diverse malen veranderde.
Julsing won in 1960 de Jacob Maris Jeugdprijs voor de grafische kunst wegens enkele litho's. In 1985 ontving hij de stripschappenning van Het Stripschap voor het verhaal De gouden vogel.
Overleden te Grass Valley, Californië.
