Boek/4589
Geen bewerkingssamenvatting
Regel 1: Regel 1:
''De Ratten'' gaat over een rattenplaag in London. In het huis van een overleden bioloog, die de effecten van radioactieve straling op dieren had onderzocht, was een nieuw soort ratten ontstaan. Deze waren veel groter, sterker en intelligenter dan normale ratten. Bovendien besmetten ze mensen met een virus, waar je binnen vierentwintig uur op pijnlijke wijze aan overlijdt. De hoofdpersoon heet Harris. Hij is tekenleraar op een school in Oost-Londen, waar de rattenplaag begon. Op een dag had één van zijn leerlingen, een rattenbeet. In het ziekenhuis zeiden ze dat het niks uitmaakte, maar de jongen overleed dezelfde dag nog. Die week werden meerdere mensen aangevallen door de ratten en deze mensen overleden allemaal. Harris moest aan iemand van de rattenbestrijding de plaats aanwijzen, waar zijn leerling was gebeten, maar de schuilplaats van de ratten vonden ze niet. De daaropvolgende weken werd vergif uitgezet voor de ratten en het havengebied werd afgezocht door militairen, maar er werd geen enkele reuzenrat meer gezien. De mensen dachten dat het probleem zich vanzelf had opgelost maar korte tijd later sloegen de monsters opnieuw toe. Ze maakten het metronet van Londen onveilig en Harris wist met veel moeite te voorkomen dat ze een slachting zouden aanrichten op de school waar hij werkte.
Opeens kwamen ze te voorschijn. Ratten, zo groot als een hond, zo sluw als geen rat ooit mocht zijn. Geleid door een centraal brein en gericht op de vernietiging van hun oudste vijand, de mens, doken ze op uit de riolen en putten, uit de nissen van de nacht. Ze vielen mensen aan op klaarlichte dag, rukten volwassen zieken uit hun bet, omsingelen gestrande automobilisten en zetten hun tanden in alles en iedereen.
 
James Herbert heeft emt dit boek een huiveringwekkend debuut gemaakt. Het is, speculerend op de intiemste angsten, zo hard en sober geschreven , dat geen mens het zonder rillingen kan lezen.

Versie van 4 feb 2023 01:06

Opeens kwamen ze te voorschijn. Ratten, zo groot als een hond, zo sluw als geen rat ooit mocht zijn. Geleid door een centraal brein en gericht op de vernietiging van hun oudste vijand, de mens, doken ze op uit de riolen en putten, uit de nissen van de nacht. Ze vielen mensen aan op klaarlichte dag, rukten volwassen zieken uit hun bet, omsingelen gestrande automobilisten en zetten hun tanden in alles en iedereen.

James Herbert heeft emt dit boek een huiveringwekkend debuut gemaakt. Het is, speculerend op de intiemste angsten, zo hard en sober geschreven , dat geen mens het zonder rillingen kan lezen.