Boek/6233592
Geen bewerkingssamenvatting
Geen bewerkingssamenvatting
Regel 1: Regel 1:
‘Wie springt niet een gat in de lucht als hij sprookjes van Godfried Bomans mag illustreren? schrijft [[Persoon/-843762669|Thé Tjong-Khing]] in het voorwoord van dit sprookjesboek, waarin hij zijn dierbaarste Bomans-verhalen bijeen mocht brengen. Hij koos zeventien fabuleuze verhalen waarvan sommige al bijna een mensenleven oud zijn.
‘Wie springt niet een gat in de lucht als hij sprookjes van Godfried Bomans mag illustreren? schrijft [[Persoon/-843762669|Thé Tjong-Khing]] in het voorwoord van dit sprookjesboek, waarin hij zijn dierbaarste Bomans-verhalen bijeen mocht brengen. Hij koos zeventien fabuleuze verhalen waarvan sommige al bijna een mensenleven oud zijn.


Thé Tjong-Khing (Purworedjo, 1933) koos de sprookjes uit op basis van hun licht-ironische toon en het donkere randje dat voor hem als illustrator onontbeerlijk is. Het resultaat van de samenwerking tussen beide grootmeesters bewijst hoe universeel en tijdloos deze sprookjes ook voor een nieuwe generatie-lezers zullen blijven.
[[Persoon/-843762669|Thé Tjong-Khing]] (Purworedjo, 1933) koos de sprookjes uit op basis van hun licht-ironische toon en het donkere randje dat voor hem als illustrator onontbeerlijk is. Het resultaat van de samenwerking tussen beide grootmeesters bewijst hoe universeel en tijdloos deze sprookjes ook voor een nieuwe generatie-lezers zullen blijven.

Versie van 20 feb 2023 12:59

‘Wie springt niet een gat in de lucht als hij sprookjes van Godfried Bomans mag illustreren? schrijft Thé Tjong-Khing in het voorwoord van dit sprookjesboek, waarin hij zijn dierbaarste Bomans-verhalen bijeen mocht brengen. Hij koos zeventien fabuleuze verhalen waarvan sommige al bijna een mensenleven oud zijn.

Thé Tjong-Khing (Purworedjo, 1933) koos de sprookjes uit op basis van hun licht-ironische toon en het donkere randje dat voor hem als illustrator onontbeerlijk is. Het resultaat van de samenwerking tussen beide grootmeesters bewijst hoe universeel en tijdloos deze sprookjes ook voor een nieuwe generatie-lezers zullen blijven.