Boek/1247646058
Deze <visionaire> roman bevat de geschiedenis van het geslacht der der Coninxen, een geslacht van heerboeren; de ongekroonde koningen in een denkbeeldig dal, welks bewoners aan het geloof van hun vaderen verknocht zijn gebleven, ondanks de godloze stromingen, die aks een kander de omringende wereld hebben aangevreten.
Ofschoon geen namen worden genoemd, herkent de lezer gemakkelijk verschillende tendenzen van moderne maatschappij en hun verderfelijke invloed, alsook toestanden en feiten, die vandaag de dag ieder waarachtig christen met zorg vervullen.
Dit boek poogt een antwoord te geven op de kernvraag. Hoe het nieuw-heldendom te bestrijden. Het maakt daarbij duidelijk verschil tussen de onverzoenlijke der leerstukken en de persoonlijke verdraagzaamheid die de christen past, terwijl het lot der hoofdpersonen doorlopend onder de schijnwerpers wordt gehouden van de goddelijke genade en Voorzienigheid.
Een zwarte themaroman dus? Geenszins! In een soms gespierd, soms fijngeslepen, maar altijd boeiend proza schildert de schrijver U het leven van de oude en de jonge Coninx: vol stilten en stormen, vol avontuur, gevaar, sinistere dreiging, maar ook vol van die mooie momenten, die het leven leefbaar maken. Onophoudelijk is er het grommen van het noodweer achter de kim, maar altijd ook, zelfs in het uur van de catastrophe, is God nabij.
Daardoor is deze roman niet alleen spannend geworden van het begin tot einde, doch tegelijk een troostrijk boek, juist in onze dagen nu <de slagschaduw van deze eeuw> over ons valt.




