Persoon/4386
Geboren te Dublin, Leinster. Oscar Fingal O'Flahertie Wills Wilde was een Ierse schrijver, dichter en estheet. Oscar Wilde werd geboren als de jongste zoon van Sir William en Lady Jane Wilde. Zijn moeder, Jane Francesca Elgee (1826-1896), was in Ierland bekend als een zeer nationalistisch schrijfster onder het pseudoniem Speranza. Ook vertaalde zij boeken uit het Frans en Duits. Zijn vader (1815-1876) was een vooraanstaand oog- en oorchirurg en schreef boeken over archeologie en folklore. Oscar Wilde studeerde klassieke talen aan het Trinity College, van 1871 tot 1874. Hij was een briljant student en sleepte de felbegeerde Berkeley Gold Medal in de wacht. Hierna ging hij naar het Magdalen College in Oxford (1874 - 1878). Daar won hij in 1878 de Newdigate Prize voor zijn gedicht Ravenna. In 1875 ondernam hij een reis naar Italië met zijn vroegere leraar aan het Trinity College, John Pentland Mahaffy en twee jaar later ging hij met dezelfde Mahaffy naar Griekenland, in een tijd waarin het nog geenszins gebruikelijk was dat studenten naar de "bakermat" van hun beschaving reisden.
Voor hij trouwde stond hij bekend als rokkenjager. Dit resulteerde in drie buitenechtelijke kinderen waaronder de in 1838 geboren Henry Wilson. Zijn achternaam suggereert: Wilde’s son. De familie Wilde behoorde tot de Anglo-Ierse protestantse bovenlaag van de Ierse bevolking.
Na zijn afstuderen in 1878 begon Wilde toneelstukken te schrijven. Het eerste was Vera, or the Nihilists (gepubliceerd in 1880). In 1879 ging hij lezingen geven over esthetische waarden in Londen. Hij placht op grote voet te leven. Na het overlijden van zijn vader voorzag Wilde deels in zijn onderhoud door de opbrengst van enkele bezittingen in Ierland. Publiceerde in 1881 zijn eerste bundel gedichten, die hem tot een van de leidende figuren van de Aesthetic Movement maakte. Wilde trouwde in 1884 met Constance Lloyd en kreeg twee zonen, Cyril (1885) en Vyvyan (1886). Behalve met het geven van lezingen hield Wilde zich in de jaren tachtig bezig met het schrijven voor en het redigeren van tijdschriften. Zo werkte hij als recensent voor de Pall Mall Gazette in de jaren 1887 tot 1889 en was hij in diezelfde jaren ook redacteur van The Woman's World. Wilde schreef ook een aantal langere stukken en publiceerde die samen met kunstkritieken in zijn boek Intentions 1891.
In 1888 verscheen zijn eerste verzameling sprookjes in The Happy Prince and Other Tales, een luxueus verzorgd boek met illustraties van Walter Crane. Drie jaar later werd zijn enige roman uitgebracht, The Picture of Dorian Gray. Critici hebben wel beweerd dat er parallellen waren tussen de hoofdpersoon van het boek en zijn schrijver. Het is een beklemmend boek, waarin de hoofdpersoon ondanks zijn verdorvenheid en slechte levensstijl jong, mooi en gezond blijft, terwijl zijn in de kast bewaarde geschilderde portret steeds verder verloedert en veroudert - tot de griezelige ontknoping.
Wilde had in 1881 al een selectie van zijn gedichten gepubliceerd, die in een kleine kring bewondering opriepen. Na The Happy Prince bracht hij een tweede bundel sprookjes uit in 1891, A House of Pomegranates, door de schrijver naar eigen zeggen niet bedoeld 'voor het Britse kind, noch voor het Britse publiek'. Ook dit boek was schitterend verzorgd en geïllustreerd door Charles Ricketts en Charles Shannon. In 1891 verscheen Wildes enige roman, The Picture of Dorian Gray, een klassiek 'gothic' griezelsprookje met een Faustiaans thema, waarin het estheticisme een belangrijk motief is.
In 1891 ontmoette Wilde Lord Alfred Douglas, een zoon van de Markies van Queensberry. De beide mannen werden verliefd op elkaar, ondanks het feit dat Wilde getrouwd was. De vader van Douglas wilde deze relatie beëindigen. In 1895 beschuldigde Queensberry Wilde van sodomie, waarop Wilde in verweer ging en een proces wegens smaad begon tegen de markies. De rechtbank stelde Queensberry echter in het gelijk. In het proces kwam er bewijs naar voren dat Wilde "grove onzedelijke handelingen" had begaan met jonge mannen van lagere afkomst, en nu moest hij zelf in de beklaagdenbank treden. De vervolging heeft niet getracht om het veel zwaarder bestrafte delict "Sodomy", anaal geslachtsverkeer, ten laste te leggen of te bewijzen. Hoewel Wilde de kans heeft gekregen om naar Frankrijk te vluchten koos hij ervoor om dat niet te doen. Oscar Wilde werd gearresteerd en tot twee jaar eenzame opsluiting met dwangarbeid veroordeeld. Zijn vrouw vroeg hierdoor de echtscheiding aan. Toen Oscar dit via Constances broer Otho vernam, stuurde hij op een verzoening aan, en Constance zag af van de echtscheiding. Wel had de naam Wilde inmiddels een ongunstige klank gekregen, en om haar kinderen in bescherming te nemen veranderde Constance haar achternaam in Holland. Zij vertrok naar het vasteland van Europa om de schandalen te ontlopen, maar keerde in februari 1896 terug en bezocht Oscar (wiens moeder juist was overleden) in de gevangenis. Gedurende zijn gevangenschap schreef Wilde een lange brief aan Douglas, die echter pas na zijn dood gepubliceerd werd onder de titel De Profundis. De veroordeling ontnam Wilde meer dan zijn vrijheid en zijn echtgenote. Hij ging failliet, werd ontzet uit de ouderlijke macht over zijn twee kinderen en verloor de auteursrechten op zijn werk. Door zijn gevangenschap was ook zijn gezondheid achteruitgegaan. Hij bracht de laatste jaren van zijn leven door in een armoedige ballingschap in Frankrijk.
Op zijn sterfbed bekeerde Wilde, die als zesjarige al gedoopt was, zich tot het katholicisme. Overleden in een hotel in Parijs aan een hersenvliesontsteking. Zijn grafschrift luidt: Verbis meis addere nihil audebant et super illos stiliabat eloquium meum (Na mijn woord spraken zij niet verder, en mijne rede druppelde op hen.
Wilde werd aanvankelijk begraven op de begraafplaats cimetière parisien de Bagneux, maar in 1908 was voldoende geld bijeengebracht voor een graf op Père-Lachaise in Parijs. In 1909 werden Wildes stoffelijke resten overgebracht. Het grafmonument is van de hand van de Amerikaans-Britse beeldhouwer Jacob Epstein. In de jaren negentig ontstond de gewoonte het monument te kussen. De sporen van rode lippenstift die hierbij achterbleven bleken slecht verwijderbaar zonder de steen aan te tasten. Sinds 2011 wordt het grafmonument daarom beschermd door tweemeterhoge panelen van doorzichtig kunststof



