Yashar Kemal, geboren in 1923 in een dorpje in zuidelijk Turkije, heeft zich grote, internationale faam verworven met zijn romans, die gekenmerkt worden door een subtiele ontwikkeling van de karakters, een indringende vertelstijl en prachtige beschrijvingen van zijn land. De legende van Ararat is een ontroerend liefdesverhaal, in de vorm van een magisch sprookje voor volwassenen. Door vast te houden aan de tradities van zijn bergvolk, raakt de held van het verhaal Ahmet in conflict met de pasja en in het gevang. De dochter van de pasja, Gülbahar, wordt verliefd op hem, laat hem ontsnappen met behulp van een cipier die hopeloos verliefd op haar is. Gülbahar moet deze daad zelf met eenzame opsluiting - en de cipier met de dood - bekopen. Alleen door het verrichten van een heldendaad zou Ahmet de mooie Gülbahar tot zijn bruid kunnen maken. Het zijn de bekende elementen van een sprookje, maar het is de onverwachte wending aan het eind van het verhaal die De legende van Ararat tot een vreemd, lyrisch boek van zeldzame schoonheid maakt, en die de kern van al het werk van Kemal raakt: zijn bewogenheid met het onbegrip en het wantrouwen dat onlosmakelijk verbonden is met de mens.


