Boek/1067264206

Hij is klein, heeft een grote mond, een korte varkenssnuit, vuurrood haar, blauwe sproeten en verschijnt alleen op zaterdagen. Meneer Honnebier is de eerste die ontdekt dat het om een Zater gaat. Of hij blij moet zijn met zijn ontdekking, betwijfelt hij. Want vanaf die tijd ziet de Zater hem als vader. Daar is hij mooi klaar mee. Want het groene wezentje is heel brutaal, jaagt iedereen tegen zich in het harnas en eet alles wat los en vast zit. Honnebier beleeft eerst alleen maar ellende met de Zater. Dan komt hij erachter dat het ventje wensen in vervulling kan laten gaan. Eén wens kost één blauwe sproet. Maar net als het leuk wordt, zijn de sproeten op en is het weer zaterdag. En Zaters blijven nooit langer dan zeven dagen. Gelukkig weet meneer Honnebier wat er moet gebeuren om een Zater terug te krijgen. En hij weet ook al wat hij dan zal wensen.