Boek/12029

De woonboten van Buitendijk waren van deze afstand niet als afzonderlijke schepen zichtbaar: een wanordelijke klontering van stippen en strepen. De straten van licht lagen in een mikado-spel van haardunne gloeilijnen over de vuilgrijze zee.

Van achter Dijk Europa zwol het loeien van de ochtendsirenes aan. Tess rende naar het landinwaartse raam: het hemelweb gleed als een omhoogvallende vitrage voor de zon langs, waaierde vanuit het zenit omlaag over het Binnendijkse land. De lucht nam een nadrukkelijk roze tint aan.

Het deed haar altijd genoegen het belangrijkste produkt van haar bedrijf zo opvallend in actie te zien: een betere reclame had ze zich amper kunnen wensen. 'Wie heeft er een ozonlaag nodig.' mompelde ze. 'als je een hemelweb hebt?'

De zonden van de vaderen hadden haar geen windeieren gelegd.

Tien indringende SF-verhalen waarin Paul Harland een bevestiging levert van zijn onbegrensde verbeelding en meesterlijk inzicht in menselijk handelen.