Boek/2043193387

In het grachtje kwam op eens een oog naar boven. Een vissenoog zo groot als een voetbal. Het loerde naar links. Het loerde naar rechts. En toen.. Toen kwam de vis boven water. Een enorme vis. Zijn vinnen raakten de wallekanten en zijn kop stak hoog boven de ophaalbrug uit. Hij sperde zijn bek wijd open en vanuit het donkere keelgat verscheen Jonas. Hij liep de bek door, klom rustig over de rij lange scherpe tanden en wandelde over de lange tong als over een loopplank naar de kade. Toen ging hij op zoek naar Jules. Want de vis vond dat Jules op vakantie moest. Of had de vis andere plannen?