Boek/4444

De mensheid leeft in een aantal vrij geïsoleerde steden waar de bevolking bestaat uit 'Texecs' (elite bestuurders) en 'Slapers', de onwetende massa die uit zuurstofgebrek zijn tijd moet verslapen. Een 'Slaper' bemachtigt toevallig een extra rantsoen zuurstof. Zijn ontwaken wordt een opstand tegen de gevestigde orde.

De mensheid heeft zich eigen wereld verpest. Diegenen die dat al van verre zagen aankomen gingen ondergronds met toepassing van kunstmatig schoon gehouden lucht, milieu etc. Op het moment dat de overgebleven mensen daar ook wel gebruik wilden maken creëerden de ondergrondsen (Texecs) daartoe een mogelijkheid. Echter ze worden kort gehouden; hun zuurstof en voedsel zijn permanent op rantsoen, dat zich op een maximum van 50 % bevindt van de eigen mogelijkheden. Vanwege hun slome gang worden de nieuwe bewoners Slapers genoemd. Het grote verschil is dat Texecs door hun privileges zich relatief sneller voortplanten en de Slapers die door hun tekorten geen zin hebben in seks en voortplanten. Om de Texecs in hun luxe leven niet helemaal te laten indutten, wordt af en toe een Slaper toegestaan te ontwaken (hij krijgt een gelijk rantsoen als Texecs). Binnen de Texecs is er echter ook een groep die wil uitbreken. De vervuiling van de Aarde zou inmiddels door de natuur zelf opgeruimd zijn, maar niet iedereen durft het om na jaren weer in de open lucht te stappen. De hoofdpersoon wordt uit zijn slaaptoestand gehaald, krijgt in drie ondergrondse nederzettingen ruzie en kan eigenlijk alleen daaraan ontsnappen door in de buitenlucht te stappen.