Tom Poes ontdekt een meer in het Donkere Bomen Bos met aan de rand een roeiboot en de verhuurder, een zekere Wammes Waggel. Samen varen ze naar een eiland in het meer, waar ze naast botten en schedels een reuzenei vinden.
Bij Wammes thuis broedt diens kip Tokkel het ei uit, er blijkt een reptiel uit te komen en Wammes noemt het Kaspar, naar zijn grootvader. Het dier groeit snel en samen gaan ze naar Rommeldam om uit te zoeken wat voor dier het eigenlijk is. Daarbij worden ze belaagd door een vreemdeling, maar ze kunnen zich verstoppen in Bommelstein bij heer Ollie in wiens bibliotheek Tom Poes tracht iets te weten te komen. Hij vindt er echter niets en omdat het dier steeds verder groeit besluiten ze bij de heks Anne-Miebetje raad te vragen. Zo komen ze te weten dat het om een draak gaat en dat die eigenlijk op het eiland thuishoort waar Tom Poes en Wammes Waggel zijn ei hebben gevonden.
Dat merken ze wanneer ze met Kaspar terugkeren naar Wammes' huis, want ze ontmoeten weer de - nu op een olifant gezeten - vreemdeling, die Kaspar terug wil brengen naar het eiland. De draak is echter zo gegroeid, dat de tegenstanders eenvoudig verslagen worden.
