De tovenaarsgezellen waren elk apart aan een rek op een ezelwagen gebonden. Terwijl de wagens stapvoets verder rolden, vlogen stenen en vuil door de lucht.
Het was het bevel van de koning dat alle tovenaars en heksen bij de terechtstelling aanwezig zouden zijn. Gefascineerd probeerde Margen zijn blik af te wenden toen de rekken van de wagens werden getild. De twee mannen waren gedrogeerd opdat ze in hun doodsstrijd geen vervloeking over hun beulen af zouden roepen. Dit was wat elke magiër vreesde. Een barbaars ritueel uit tijden van vervolging en teloorgang.
Twee fakkels werden in de brandstapels gestoken en direct vatten de doordrenkte takkenbossen vlam. Boven het loeien van de vlammen klonnk een schreeuw van pijn en angst. Eén van de gezellen was bijgekomen. Een luid gejoel klonk vanuit de menigte en overstemde de kreten en het geknetter van de vlammen. Onder de vele magiërs heerste echter enkel stilte.
Na een halve klokmaat was het afgelopen, de brandstapels verworden tot as en smeulende resten. Margen kokhalsde en strompelde weg toen de soldaten inrukten. Hij voelde zich besmeurd, alsof hij een schandteken van ziekte droeg.




