Boek/916455830

In De Vrijgemaakte Ortjesvolgen we Tiffanie Verweerd. Van de grootmoeder van Tiffanie, Opoe Verweerd, wordt gezegd dat ze kon toveren. 'Kon'… want Opoe Verweerd is gestorven. Een vrouw die kan toveren wordt in de volksmond heks genoemd, en dat is nou juist wat Tiffanie graag zou willen worden. Voordat we echter in het verhaal zover komen, gebeurt er echter eerst iets anders.

Als Tiffanie samen met haar kleine broertje Wittem bij de rivier aan het spelen is, wordt die aangevallen door een groen druipend wezen met scherpe tanden. Tiffanie weet haar broertje op tijd weg te grissen en gaat naar huis.

Een 'normaal meisje' zou het daarbij gelaten hebben. Maar Tiffanie pakt een stevige koekenpan en haar broertje, en gaat terug. Ze zet haar broertje bij de rivier, en het monster dat het natuurlijk weer probeert, krijgt zo'n harde hengst met diezelfde pan dat we er in het gehele verhaal niet meer van horen.

Tja, en wat dan met die Vrijgemaakte Ortjes?! Dat zijn heel kleine blauwe mannekes met rood haar, die graag een robbertje vechten en af en toe eens wat spullen 'lenen'. Deze kabonkers zijn danig onder de indruk van Tiffanie. Terwijl er voorzichtig contact wordt gelegd, verdwijnt Wittem. Tiffanie treuzelt niet lang en gaat op zoek naar haar broertje. Met hulp van de blauwe mannekes!