Geboren te Magelang, Java. Charles Burki was een Nederlands tekenaar, illustrator, schrijver, schilder, reclametekenaar, filmer, fotograaf en ontwerper van vervoermiddelen. Zijn vader, Frederik Willem Burki, was architect en gouvernementsambtenaar. Zijn moeder heette Angeline Augustine Rosenquist en hij had drie broertjes; Henk, Vic en Max. Burki had net als zijn vader een grote passie voor auto's en motoren en op Java was en is motorrijden een populaire bezigheid. Met zijn eerst verdiende geld kocht hij dan ook al op zijn vijftiende een 500 CC BSA Sloper, een 'big-single', snelle ééncilinder. Zijn leven lang bleef Burki een grote passie voor motoren houden. Groeide op in Nederlands-Indië tot hij, na het doorlopen van de HBS in Bandung, in 1929 naar Nederland ging om aan de Technische Hoogeschool van Delft bouwkunde te gaan studeren. Hij ontmoette er zijn vrouw. Ook hier stortte hij zich weer met overgave op de motorsport. Hij was een groot liefhebber van de Asser TT, die hij niet alleen om de spanning bezocht, maar ook om er motoren te tekenen, zoals hij zijn hele leven bleef doen. Het zijn realistische schetsen met veel dynamiek, net zoals in de strips die hij later onder de titel 'Kladsky' maakte. Vaak zit er een komische lading onder waaruit de tijdgeest spreekt. Twee jaar later in 1932 besluit Burki naar Parijs te gaan waar hij zich inschrijft voor de Ecole des Beaux-Arts. Aangezien zijn vader en geldschieter drie jaar later plotseling overleed moest hij zijn studie wegens geldgebrek stopzetten. Hij ging naar Den Haag waar hij zich vestigde als illustrator.
In 1924 debuteerde hij op jonge leeftijd als illustrator voor het blad Sport in Beeld. Tegenover hem op nummer 309 woonde Sophia Hogendoorn en zij zou enkele jaren later zijn vrouw worden. In 1938 vertrok Burki met zijn vrouw Sophia naar Nederlands-Indië. Daar werden ze tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Japanners gevangengenomen. Burki kwam 14 maanden in een kamp bij Bandung. Vervolgens werd hij als gevangene op transport gezet naar Japan. Burki overleefde daarin het zinken van het schip Tamahokoe Maroe door een torpedoaanval door de Amerikaanse onderzeeboot de USS Tang (SS-306). 560 van de 772 krijgsgevangenen overleefden deze aanval niet. In de Japanse stad Nagasaki belandde hij in het werkkamp Fukuoka 14 waar hij de atoomaanval overleefde. Tijdens zijn gevangenschap maakte hij tal van tekeningen daarover. Voordat Charles Burki op transport moest wist hij de tekeningen heimelijk in het kamp te begraven. In 1946 zorgde een oud-medegevangene ervoor dat de opgegraven kamptekeningen weer bij Charles Burki terechtkwamen. In 1979 kwam zijn boek Achter de Kawat (kawat betekent prikkeldraad) uit met tekst en tekeningen over de oorlogsperiode.
Eind 1945 keerden Burki en zijn vrouw terug naar Nederland. In de naoorlogse jaren werd Burki een veelgevraagd illustrator en was hij onder meer werkzaam als reclametekenaar voor Philips, Fokker en DAF. Van al zijn ontwerpen voor vervoermiddelen is alleen de Boomerang door Union uitgebracht. Charles Burki was stapelgek op motorrijden en maakte dankzij zijn tekentalent snel naam in de wereld van de motor- en autosport. Hij was zeer geïnteresseerd in techniek en stond als kunstenaar bekend om zijn zeer gedetailleerde tekeningen van vooral motorfietsen en auto's e.d. Ook maakte hij zogenaamde “Ghost view” (doorkijktekeningen) tekeningen. Daarnaast tekende hij duizenden reclame-afbeeldingen en boekomslagen, illustraties, strips, affiches, kalenders, tijdschriftencovers, zeilboten en bromfietsen.
In de jaren '70 kon hij zijn verbeelding nog eenmaal de vrije loop laten. Voor de DAF-kalender mocht hij zes tekeningen maken over 'Het verkeer van de toekomst'. Uit zijn pen vloeiden 'supersonische' vrachtwagens waar de bestuurders hoog boven de weg in cockpits zaten. Er wordt geappelleerd aan de luchtvaart, maar ons treft vooral de overeenkomst met de ronde, verchroomde stofzuigers uit de jaren zestig.
Overleden te Den Haag, Zuid-Holland.
