Persoon/N-186005933

Frederik Pieter Groot werd geboren op 16 juni 1902 in Oudorp, Noord-Holland. Hij was een Nederlandse schrijver, vertaler, journalist en werkte als medewerker bij een uitgeverij. Zijn ouders waren Pieter Groot, een stalknecht en landbouwer, en Maartje Appel.

Groot volgde zijn opleiding aan de Rijkskweekschool in Haarlem, maar koos na enige tijd in de administratieve sector te hebben gewerkt voor een carrière in de journalistiek. Hij maakte zijn debuut als schrijver in 1926 in het eerste jaarboek van het Historisch Genootschap Oud West-Friesland, waarin zijn 'schets uit Westfriesland' werd opgenomen.

In de jaren dertig trad Groot samen met zijn echtgenote Anna Margaretha Hagenaar op als het duo Jasper en Marijke, waarbij ze zang, voordrachten en liedjes aan de piano brachten. Ze waren succesvol en wonnen in 1932 de eerste prijs in een toneelprijsvraag uitgeschreven door het Historisch Genootschap.

Gedurende de jaren dertig werkte Groot als kantoorbediende bij een groente-exportbedrijf in Sint Pancras, maar werd in 1936 ontslagen wegens diefstal van postzegels. Dit leidde tot een affaire en uiteindelijk vertrok hij naar Schagen, waar hij als journalist voor de Schager Courant ging werken.

Tijdens de oorlog was Groot hoofdredacteur van 'De Landstand', een blad van de NSB-organisatie voor boeren, vissers en tuinders. Hij was ook sympathiserend lid van de NSB en trad later in dienst bij het Nationaalsozialistisches Kraftfahrkorps (NSKK), een paramilitaire organisatie van de NSDAP.

Na de oorlog werd Groot gearresteerd vanwege zijn oorlogsactiviteiten en veroordeeld tot zes jaar cel. Na zijn vrijlating in 1950 mocht hij niet als journalist werken, dus begon hij onder verschillende pseudoniemen boeken te schrijven, waaronder Ewout Speelman en Pieter Nierop. Groot schreef een uitgebreid oeuvre van ongeveer 200 werken, waaronder streekromans, kinderboeken en toneelstukken. Hij stierf in anonimiteit