Op het eiland Raap worden op traditionele wijze de getijden en het weer bepaald. Hoofdrolspeler is de tijwisselaar Oene Horletoet, geassisteerd door zijn leerling Kobbe Kobbema.
Wanneer op zekere dag een schip nadert is Kobbema zo nieuwsgierig naar de vreemdelingen dat hij, hoewel zijn leermeester het hem verboden heeft, de getijstok ter hand neemt en eb maakt. De Albatros strandt inderdaad op een zandbank en Wal Rus komt met zijn passagiers heer Ollie en Tom Poes aan land.
Wal Rus krijgt binnen de kortste keren ruzie met de eilandbewoners en vooral met de tijwisselaar, wiens werk hij als grote onzin ziet. Het wetenschappelijke betoog van de kapitein over de getijden, ondersteund door heer Ollies boeken, maakt inderdaad flinke indruk op Horletoet, die zijn werkzaamheden al gauw verzaakt. Kobbe Kobbema gaat proberen te bewijzen dat de wereld niet zonder tijwisselaar kan, maar wordt door Horletoet en zijn aanhangers dwarsgezeten. Heer Ollie schaart zich in het kamp van de miskende leerling, terwijl Tom Poes de wetenschappelijke verklaring uit de boeken van zijn vriend verdedigt. Wal Rus vervolgt zijn reis en zal zijn passagiers op de terugweg wel weer ophalen.
De ruzie tussen Horletoet en Kobbema leidt ertoe dat de opgewekte regen niet meer stopt en de vloed niet meer wordt tegengehouden. Volgens Tom Poes is dat nog steeds verklaarbaar, maar hij begint, naarmate het water hoger komt te staan, steeds meer te twijfelen. Horletoet en Kobbema besluiten van het eiland te vluchten, terwijl Tom Poes, heer Ollie en de overige bewoners van Raap door de weer teruggekeerde Wal Rus gered worden. Dan blijkt dat niet de uit de hand gelopen getijden de oorzaak van de slechte weersomstandigheden zijn, maar dat vanwege de vulkanische gesteldheid van de zeebodem het eiland eenvoudigweg door de zee verzwolgen is. Zo is deze gebeurtenis alsnog uit de boeken verklaard, maar blijft het de vraag of de tijwisselaar dit toch niet had kunnen voorkomen.
