Titel/1971

Ze lachen hem allemaal uit, alle vissers van het dorp. ‘Een eiland?’ roepen ze. ‘Hiervoor de kust?’Daar heeft nog nooit iemand van gehoord, en nog nooit heeft iemand het gezien. ‘Maar ik wel!’ roept Hoog-Keesje. ‘Vanaf de vuurtoren heb ik het zien liggen. Door de verrekijker’. Niemand geloofde hem natuurlijk behalve zijn zusje Mientje. Zij gelooft alles van Hoog-Keesje, de wonderlijkste verhalen die hij over zijn eiland vertelt: dat de mannen er van ijzer zijn en de vrouwen van porselein. ‘Zullen we erheen?’ vraagt ze. Erheen? Hoog-Keesje schrikt. Maar het brengt hem op een idee...