Lemuel Gulliver uit Redriff heeft als scheepsarts en kapitein op zijn verre reizen merkwaardige dingen gezien en meegemaakt. In vier delen, waarvan hier de eerste twee zijn opgenomen, doet hij hiervan verslag. In het eerste deel van zijn boek beschrijft hij hoe zijn schip vergaat en hij aanspoelt op het eiland Lilliput. De mensen daar zijn nog geen zes duim (15 centimeter) hoog. Aanvankelijk wordt de reus Gulliver met veel wantrouwen door de Lilliputters bejegend. Maar hij weet het vertrouwen van de dwergen te winnen en hij leert hun taal en alles over hun leven. In het tweede deel belandt Gulliver in Brobdingnag, in het land van de reuzen. Hoer is Gulliver juist de dwerg. Afmetingen zijn betrekkelijk. Aanvankelijk vindt Gulliver de reuzen, die twaalf keer zo groot als hij zijn, afstotend. Maar de reuzen blijken, over het algemeen, nuchter, praktisch en vriendelijk te zijn. En hun koning is een ideale vorst.
