Eens , op een dag, ontmoette Tom Poes een ouden dwerg, die een zware zak vol blauw aarde achter zich aan over het bospad trok._x000D_ Tom Poes bood aan om hem te helpen, maar in plaats dat de dwerg dankbaar was, werd hij verschrikkelijk boos._x000D_ Hij riep, dat Tom zich met zijn eigen zaken moest bemoeien en dat hij moest maken, dat hij weg kwam._x000D_ Nu, als je denk, dat Tom Poes dat deed ken je hem niet ! Hij was nieuwsgierig geworden en volgde het kleine mannetje op een afstand._x000D_ Zo zag hij hem met zijn zware last in een diepe spelonk in de bergen verdwijnen en toen hij nog een poosje gewacht had zag hij, dat er uit diezelfde grot een lange rij reuzen te voorschijn kwam._x000D_ Nu begreep Tom Poes er helemaal niets meer van en hij holde zo vlug als hij dat met zijn korte beentjes doen kon achter de luid zingende reuzen aan._x000D_ Die renden regelrecht op een kasteel af, dat daar in de buurt lag en waarin de rijke markies van Muizenis woonde ! Ze beklommen de torens, kropen door de vensters en een klein poosje later kwamen ze met zware zakken en kisten op hun ruggen weer te voorschijn._x000D_ Tom Poes, die er nu alles van wilde weten vroeg den markies te spreken._x000D_ Voorzichtig sloop hij naar binnen en tot zijn grote verbazing vond hij daar niet alleen alle reuzen, die op een rij bij het gestolen goud lagen te slapen, maar ook den dwerg._x000D_ _x000D_ De arme man zat met een treurig gezicht in een van zijn zalen en vertelde aan Tom Poes, dat de reuzen al zijn geld en kostbaarheden gestolen hadden._x000D_ _x000D_ Natuurlijk bood Tom direct aan om hem te helpen, daar was hij nu eenmaal Tom Poes voor, en even later was hij al weer op weg naar de spelonk.
