Persoon/389
Geen bewerkingssamenvatting
Geen bewerkingssamenvatting
 
Regel 1: Regel 1:
Geboren te Chicago, Illinois. Robert Albert Bloch was een Amerikaanse schrijver van fictie, voornamelijk over misdaad , horror, fantasie en science fiction. de zoon van Raphael "Ray" Bloch (1884-1952), een bankkassier, en zijn vrouw Stella Loeb (1880-1944), een maatschappelijk werker, beiden van Duits- Joodse afkomst. Bloch's familie verhuisde naar Maywood, een buitenwijk van Chicago, toen hij vijf was; hij woonde daar tot hij tien was. Hij woonde daar de Methodistenkerk bij, ondanks het joodse erfgoed van zijn ouders, en ging naar de Emerson Grammar School. In 1925 woonde hij op achtjarige leeftijd in Maywood (alleen 's nachts) een vertoning bij van de film 'The Phantom of the Opera' van Lon Chaney, Sr.(1925). De scène waarin Chaney zijn masker afnam, maakte de jonge Bloch doodsbang. Het wekte ook zijn interesse in afschuw. Bloch was een vroegrijp kind en bevond zich in de vierde klas toen hij acht was. Hij kreeg ook een pas voor het gedeelte voor volwassenen van de Openbare Bibliotheek, waar hij alles las wat los en vast zat. Bloch beschouwde zichzelf als een beginnende kunstenaar en werkte met potloodschetsen en aquarellen, maar bijziendheid in de adolescentie leek kunst als een carrière effectief te blokkeren. Hij had passies voor loden speelgoedsoldaatjes van Duitse makelij en voor stille cinema. In 1929 verloor Bloch's vader Ray Bloch zijn baan bij de bank en verhuisde het gezin naar Milwaukee, waar Stella werkte in het Milwaukee Jewish Settlement nederzettingenhuis. Robert ging naar Washington en vervolgens naar Lincoln High School, waar hij zijn levenslange vriend Harold Gauer ontmoette. Gauer was redacteur van The Quill, Lincoln's literaire tijdschrift, en accepteerde Bloch's eerste gepubliceerde korte verhaal, een horrorverhaal met de titel 'The Thing'. Zowel Bloch als Gauer studeerden in 1934 af aan Lincoln tijdens het hoogtepunt van de Grote Depressie.Bloch was betrokken bij de drama-afdeling in Lincoln en schreef en trad op in vaudeville-sketches op school. In de jaren dertig was Bloch een fervent lezer van het pulpmagazine Weird Tales, dat hij in 1927 op tienjarige leeftijd had ontdekt. ​​In het depot van de Chicago Northwestern Railroad met zijn ouders en tante Lil bood zijn tante aan hem elk tijdschrift te kopen dat hij gezocht en hij koos Weird Tales (uitgave van augustus 1927) van de kiosk vanwege haar geschokte protest. Hij begon zijn lezing van het tijdschrift met de eerste aflevering van 'The Bride of Osiris' van Otis Adelbert Kline, die handelde over een geheime Egyptische stad genaamd Karneter, gelegen onder Blochs geboortestad Chicago. De depressie kwam in het begin van de jaren dertig. Later herinnerde hij zich, toen hij de Lifetime Achievement Award op de First World Fantasy Convention (1975) accepteerde, hoe "tijden erg moeilijk waren. Weird Tales kosten vijfentwintig cent op een dag terwijl de meeste pulptijdschriften een dubbeltje kosten. Ik herinner me dat dat een cent betekende. veel voor mij." Hij vertelde verder hoe hij op de laatste dag van de maand heel vroeg opstond, met vijfentwintig cent bespaard van zijn maandelijkse toelage van één dollar, en helemaal naar een combinatie van tabaks- / tijdschriftenwinkel zou rennen en de nieuwe Weird Tales- uitgave, die het soms onder zijn jas naar huis smokkelde als de hoes bijzonder gewaagd was. Zijn ouders waren niet onder de indruk van Hugh Doak Rankin's sexy covers voor het tijdschrift, en toen de familie Bloch in 1928 naar Milwaukeee verhuisde, gaf de jonge Bloch geleidelijk zijn interesse op. Maar tegen de tijd dat hij naar de middelbare school ging, keerde hij terug naar het lezen van Weird Tales tijdens het herstel van griep. HP Lovecraft, die regelmatig bijdraagt ​​aan Weird Tales, werd een van zijn favoriete schrijvers. Het eerste verhaal van Lovecraft dat hij had gelezen was 'Pickman's Model' in Weird Tales van oktober 1927. Als tiener schreef Bloch een fanbrief aan Lovecraft (1933), waarin hij vroeg waar hij kopieën kon vinden van eerdere verhalen van Lovecraft's die Bloch had gemist. Lovecraft leende ze aan hem uit. Lovecraft gaf Bloch ook advies over zijn vroege inspanningen om fictie te schrijven. Met de vraag of Bloch een vreemd werk had geschreven en, zo ja, of hij er voorbeelden van zou zien. Bloch ging eind april 1933 in op het aanbod van Lovecraft en stuurde hem twee korte items, 'The Gallows' en een ander werk waarvan de titel onbekend is. Lovecraft stelde Bloch ook voor om te schrijven naar andere leden van de Lovecraft Circle, waaronder August Derleth, Robert H. Barlow, Clark Ashton Smith, Donald Wandrei, Frank Belknap Long, Henry S. Whitehead, E. Hoffman Price, Bernard Austin Dwyer en J. Vernon Shea. Bloch's eerste voltooide verhalen waren 'Lilies', 'The Laughter of a Young Ghoul' en 'The Black Lotus'. Bloch legde deze voor aan Weird Tales; redacteur Farnsworth Wright wees ze allemaal summier af. Bloch heeft echter met succes 'Lilies' in het semi-professionele tijdschrift Marvel Tales geplaatst (Winter 1934) en 'Black Lotus' in Unusual Stories  (1935). Bloch studeerde in juni 1934 af van de middelbare school. Hij schreef toen een verhaal dat prompt (zes weken later) werd verkocht aan Weird Tales. Bloch's eerste publicatie in Weird Tales was een brief waarin de Conan- verhalen van Robert E. Howard werden bekritiseerd. Zijn eerste professionele verkopen, op de leeftijd van 17 (juli 1934), aan Weird Tales, waren de korte verhalen 'The Feast in the Abbey' en 'The Secret in the Tomb'. "Feest ..." verscheen voor het eerst in de uitgave van januari 1935 [17], die feitelijk op 1 november 1934 in de verkoop ging; "The Secret in the Tomb" verscheen in de Weird Tales van mei 1935. Brak internationaal door pas toen filmregisseur Alfred Hitchcock zijn roman ‘Psycho’ verfilmde. Daarvoor had hij zeer veel verhalen gepubliceerd, passend in de door H.P. Lovecraft gevestigde traditie, waaraan hij zich min of meer wist te ontworstelen dankzij Damon Runyan, tot wiens humoristisch taalgebruik hij zich op den duur méér aangetrokken voelde. Eén eis van Lovecraft bleef Bloch echter eerbiedigen: werk zorgvuldig naar een climax toe en laat dan de horror in al zijn afschuwelijke totaliteit op de lezer los. Overleden te Los Angeles, Californië. Co-auteur: [[Persoon/1323987131|Edgar Poe]].
Robert Albert Bloch werd geboren in Chicago, Illinois. Hij was een Amerikaanse schrijver van fictie, voornamelijk op het gebied van misdaad, horror, fantasie en sciencefiction. Hij was de zoon van Raphael ‘Ray’ Bloch (1884–1952), bankkassier, en diens vrouw Stella Loeb (1880–1944), maatschappelijk werkster. Beiden waren van Duits-Joodse afkomst.
 
Toen Bloch vijf jaar oud was, verhuisde het gezin naar Maywood, een buitenwijk van Chicago, waar hij tot zijn tiende woonde. Hoewel zijn ouders Joods waren, bezocht hij daar de Methodistenkerk en ging hij naar de Emerson Grammar School. In 1925 woonde hij, slechts acht jaar oud, een nachtelijke vertoning bij van de film ''The Phantom of the Opera'' (1925) met Lon Chaney Sr. De scène waarin Chaney zijn masker afneemt, joeg de jonge Bloch de stuipen op het lijf, maar ontketende tegelijk zijn fascinatie voor het gruwelijke.
 
Bloch was een vroegrijp kind: op zijn achtste zat hij al in de vierde klas en kreeg hij toegang tot het volwassenen-gedeelte van de openbare bibliotheek, waar hij alles verslond wat hij in handen kreeg. Hij tekende graag en maakte potloodschetsen en aquarellen, maar door toenemende bijziendheid leek een carrière als kunstenaar onhaalbaar. Verder had hij een passie voor loden speelgoedsoldaatjes van Duitse makelij en voor de stomme film.
 
In 1929 verloor zijn vader zijn baan bij de bank en verhuisde het gezin naar Milwaukee, waar Stella ging werken in het Milwaukee Jewish Settlement House. Robert bezocht daar achtereenvolgens Washington en Lincoln High School, waar hij zijn levenslange vriend Harold Gauer ontmoette. Gauer was redacteur van ''The Quill'', het literaire schoolblad, en publiceerde Blochs eerste verhaal, het horrorverhaal ''The Thing''. Beiden studeerden in 1934 af, midden in de Grote Depressie.
 
Bloch was in die tijd ook actief in het schooltheater: hij schreef en speelde in vaudeville-achtige sketches.
 
Zijn liefde voor het pulpmagazine ''Weird Tales'' begon al in 1927, toen hij tien jaar oud van zijn tante een tijdschrift mocht uitkiezen in het depot van de Chicago Northwestern Railroad. Hij koos ''Weird Tales'' (augustus 1927-nummer), tot ontzetting van zijn tante. Het eerste verhaal dat hij daarin las was ''The Bride of Osiris'' van Otis Adelbert Kline. Tijdens de ergste periode van de Depressie moest hij zuinig leven, maar elke maand spaarde hij vijfentwintig cent van zijn dollar zakgeld om het nieuwe nummer te kunnen kopen — en soms heimelijk onder zijn jas naar huis te smokkelen vanwege de gewaagde omslagen.
 
Tijdens een griepperiode op de middelbare school herontdekte hij ''Weird Tales'' en vooral H. P. Lovecraft, van wie ''Pickman’s Model'' (oktober 1927) het eerste verhaal was dat hij las. In 1933 stuurde hij Lovecraft een bewonderende brief met de vraag waar hij eerdere verhalen kon vinden. Lovecraft leende hem zijn eigen exemplaren en moedigde Bloch aan om zelf te gaan schrijven, en om contact te zoeken met andere leden van de ‘Lovecraft Circle’, waaronder August Derleth, Robert H. Barlow en Clark Ashton Smith.
 
Bloch schreef zijn eerste verhalen op tienerleeftijd. Zijn eerste professionele verkoop deed hij in 1934, met de verhalen ''The Feast in the Abbey'' en ''The Secret in the Tomb'', beide gepubliceerd in ''Weird Tales'' in 1935. Vanaf dat moment volgden vele korte verhalen in de door Lovecraft gevestigde traditie, hoewel Bloch later steeds meer werd beïnvloed door de humoristische stijl van Damon Runyon.
 
Internationale bekendheid verwierf hij uiteindelijk met zijn roman ''Psycho'' (1959), die door Alfred Hitchcock werd verfilmd. Eén advies van Lovecraft bleef Bloch altijd trouw: zorgvuldig opbouwen naar de climax - en dan de horror in volle hevigheid op de lezer loslaten.
 
Robert Bloch overleed in Los Angeles, Californië.
 
Co-auteur: [[Persoon/1323987131|Edgar Poe]].

Huidige versie van 30 nov 2025 22:56

Robert Albert Bloch werd geboren in Chicago, Illinois. Hij was een Amerikaanse schrijver van fictie, voornamelijk op het gebied van misdaad, horror, fantasie en sciencefiction. Hij was de zoon van Raphael ‘Ray’ Bloch (1884–1952), bankkassier, en diens vrouw Stella Loeb (1880–1944), maatschappelijk werkster. Beiden waren van Duits-Joodse afkomst.

Toen Bloch vijf jaar oud was, verhuisde het gezin naar Maywood, een buitenwijk van Chicago, waar hij tot zijn tiende woonde. Hoewel zijn ouders Joods waren, bezocht hij daar de Methodistenkerk en ging hij naar de Emerson Grammar School. In 1925 woonde hij, slechts acht jaar oud, een nachtelijke vertoning bij van de film The Phantom of the Opera (1925) met Lon Chaney Sr. De scène waarin Chaney zijn masker afneemt, joeg de jonge Bloch de stuipen op het lijf, maar ontketende tegelijk zijn fascinatie voor het gruwelijke.

Bloch was een vroegrijp kind: op zijn achtste zat hij al in de vierde klas en kreeg hij toegang tot het volwassenen-gedeelte van de openbare bibliotheek, waar hij alles verslond wat hij in handen kreeg. Hij tekende graag en maakte potloodschetsen en aquarellen, maar door toenemende bijziendheid leek een carrière als kunstenaar onhaalbaar. Verder had hij een passie voor loden speelgoedsoldaatjes van Duitse makelij en voor de stomme film.

In 1929 verloor zijn vader zijn baan bij de bank en verhuisde het gezin naar Milwaukee, waar Stella ging werken in het Milwaukee Jewish Settlement House. Robert bezocht daar achtereenvolgens Washington en Lincoln High School, waar hij zijn levenslange vriend Harold Gauer ontmoette. Gauer was redacteur van The Quill, het literaire schoolblad, en publiceerde Blochs eerste verhaal, het horrorverhaal The Thing. Beiden studeerden in 1934 af, midden in de Grote Depressie.

Bloch was in die tijd ook actief in het schooltheater: hij schreef en speelde in vaudeville-achtige sketches.

Zijn liefde voor het pulpmagazine Weird Tales begon al in 1927, toen hij tien jaar oud van zijn tante een tijdschrift mocht uitkiezen in het depot van de Chicago Northwestern Railroad. Hij koos Weird Tales (augustus 1927-nummer), tot ontzetting van zijn tante. Het eerste verhaal dat hij daarin las was The Bride of Osiris van Otis Adelbert Kline. Tijdens de ergste periode van de Depressie moest hij zuinig leven, maar elke maand spaarde hij vijfentwintig cent van zijn dollar zakgeld om het nieuwe nummer te kunnen kopen — en soms heimelijk onder zijn jas naar huis te smokkelen vanwege de gewaagde omslagen.

Tijdens een griepperiode op de middelbare school herontdekte hij Weird Tales en vooral H. P. Lovecraft, van wie Pickman’s Model (oktober 1927) het eerste verhaal was dat hij las. In 1933 stuurde hij Lovecraft een bewonderende brief met de vraag waar hij eerdere verhalen kon vinden. Lovecraft leende hem zijn eigen exemplaren en moedigde Bloch aan om zelf te gaan schrijven, en om contact te zoeken met andere leden van de ‘Lovecraft Circle’, waaronder August Derleth, Robert H. Barlow en Clark Ashton Smith.

Bloch schreef zijn eerste verhalen op tienerleeftijd. Zijn eerste professionele verkoop deed hij in 1934, met de verhalen The Feast in the Abbey en The Secret in the Tomb, beide gepubliceerd in Weird Tales in 1935. Vanaf dat moment volgden vele korte verhalen in de door Lovecraft gevestigde traditie, hoewel Bloch later steeds meer werd beïnvloed door de humoristische stijl van Damon Runyon.

Internationale bekendheid verwierf hij uiteindelijk met zijn roman Psycho (1959), die door Alfred Hitchcock werd verfilmd. Eén advies van Lovecraft bleef Bloch altijd trouw: zorgvuldig opbouwen naar de climax - en dan de horror in volle hevigheid op de lezer loslaten.

Robert Bloch overleed in Los Angeles, Californië.

Co-auteur: Edgar Poe.