Persoon/57
Geen bewerkingssamenvatting
Geen bewerkingssamenvatting
Regel 1: Regel 1:
Geboren boven de lakenwinkel van zijn grootvader van vaders kant te Dereham, Norfolk. Brian Wilson Aldiss was een Engels schrijver. Toen de grootvader van Aldiss stierf, verkocht zijn vader, Bill (de jongste van twee zonen), zijn aandeel in de winkel en verliet de familie Dereham. Aldiss 'moeder, Dot, was de dochter van een aannemer. Hij had een oudere zus die doodgeboren was, en een jongere zus. Als driejarige begon Aldiss verhalen te schrijven die zijn moeder zou binden en op een plank zou leggen. Op 6-jarige leeftijd ging hij naar Framlingham College, maar verhuisde naar Devon en werd in 1939 na het uitbreken van de oorlog naar de West Buckland School in Devon gestuurd. Als kind ontdekte hij het pulptijdschrift Astounding Science Fiction. Hij las uiteindelijk alle romans van HG Wells en Robert Heinlein, en later Philip K. Dick.  
Geboren te Dereham, Norfolk. Brian Wilson Aldiss was een Brits sciencefictionschrijver. Geboren boven de stoffenwinkel (textiel) van zijn grootvader. Na het overlijden van zijn grootvader verkocht Aldiss’ vader Bill zijn aandeel in de winkel en verliet de familie in Dereham. De moeder van Brian Aldiss, Dot, was de dochter van een aannemer.  


In 1943, tijdens de Tweede Wereldoorlog, sloot hij zich aan bij de Royal Signals en kwam in actie in Birma. Zijn legerervaring inspireerde respectievelijk het tweede en derde boek van Horatio Stubbs, 'A Soldier Erect en A Rude Awakening'. Na de oorlog werkte hij als boekverkoper in Oxford. Hij schreef ook een aantal korte stukken voor een vakblad van een boekverkoper over het leven in een fictieve boekhandel, die de aandacht trokken van Charles Monteith, een redacteur bij uitgeverij Faber and Faber. Als gevolg hiervan publiceerden Faber en Faber Aldiss' eerste boek, 'The Brightfount Diaries' (1955), een roman van 200 pagina's in dagboekvorm over het leven van een verkoopassistent in een boekwinkel. Rond deze tijd begon hij ook sciencefiction te schrijven voor verschillende tijdschriften. Volgens ISFDB was zijn eerste speculatieve fictie in druk het korte verhaal Criminal Record, gepubliceerd door John Carnell in het juli 1954 nummer van Science Fantasy. Verscheidene van zijn verhalen verschenen in 1955, waaronder drie in maandelijkse nummers van New Worlds, In 1954 organiseerde de krant The Observer een wedstrijd voor een kort verhaal dat zich afspeelt in het jaar 2500. Aldiss 'verhaal 'Not For An Age' kwam op de derde plaats na een stemming van lezers. ook onder redactie van Carnell. De 'Brightfount Diaries' waren een klein succes geweest en Faber vroeg Aldiss of hij nog meer artikelen had die ze konden bekijken met het oog op publicatie. Aldiss bekend dat hij een science fiction schrijver, tot grote vreugde van de uitgevers, die een aantal had science fiction fans op hoge plaatsen, en zo zijn eerste science fiction boek werd gepubliceerd, een verzameling van korte verhalen getiteld 'Space, Time and Nathaniel' (Faber, 1957). Tegen die tijd kwamen zijn verdiensten uit het schrijven overeen met zijn loon in de boekwinkel, en hij nam de beslissing om fulltime schrijver te worden. Aldiss leidde de stemming voor Meest veelbelovende nieuwe auteur van 1958 op de Worldcon van volgend jaar, maar eindigde achter "geen onderscheiding". Hij werd verkozen tot voorzitter van de British Science Fiction Association in 1960. Hij was de literaire redacteur van de Oxford Mail krant van 1958 tot 1969.  
Al op 3-jarige leeftijd begon Aldiss verhalen te schrijven die zijn moeder zou inbinden en bewaren. Op de leeftijd van 6 jaar ging hij naar het Framlingham College en het gezin verhuisde naar Devon. In 1939, na het uitbreken van wat van later de Tweede Wereldoorlog zou heten, werd Brian naar de West Buckland School in Devon gestuurd. Gedurende die periode ontdekte hij het pulptijdschrift Astounding Science Fiction. Hij las uiteindelijk alle romans van H.G. Wells en Robert Heinlein, en later Philip K. Dick.  


Rond 1964, begon hij samen met Harry Harrison met het eerste ooit tijdschrift van sciencefictionkritiek: S''cience Fiction Horizons'', dat tijdens zijn korte periode van twee nummers artikelen en recensies publiceerde van auteurs als James Blish, en een discussie bevatte tussen Aldiss, CS Lewis en Kingsley Amis in het eerste nummer en een interview met William S. Burroughs in het tweede. In 1967 noemde Algis Budrys Aldiss, JG Ballard , Roger Zelazny en Samuel R. Delany als 'een wereldschokkend nieuw soort' schrijvers en leiders van de New Wave. Naast zijn eigen geschriften gaf hij een aantal bloemlezingen uit. Voor Faber bewerkte hij Introducing SF , een verzameling verhalen die verschillende thema's van sciencefiction typeren, en Best Fantasy Stories . In 1961 gaf hij een bloemlezing uit van herdrukte korte sciencefiction voor de Britse paperbackuitgever Penguin Books onder de titel 'Penguin Science Fiction'. Dit was opmerkelijk succesvol, ging over in talloze herdrukken en werd gevolgd door twee andere bloemlezingen: 'More Penguin Science Fiction' (1963) en 'Yet More Penguin Science Fiction' (1964). De latere bloemlezingen genoten hetzelfde succes als de eerste, en alle drie werden uiteindelijk samen gepubliceerd als 'The Penguin Science Fiction Omnibus' (1973), die ook in een aantal herdrukken ging. In de jaren zeventig produceerde hij verschillende grote collecties klassieke grootschalige sciencefiction, onder de titels 'Space Opera' (1974), 'Space Odysseys' (1975), 'Galactic Empires' (1976), 'Evil Earths' (1976) en 'Perilous Planets' (1978) . Rond deze tijd bewerkte hij een groot formaat boek 'Science Fiction Art' (1975), met selecties van kunstwerken uit de tijdschriften en pulp. Als reactie op de resultaten van de planetaire sondes van de jaren zestig en zeventig, die aantoonden dat Venus totaal niet leek op de hete, tropische jungle die gewoonlijk in sciencefiction wordt afgebeeld, hebben Aldiss en Harrison een bloemlezing 'Farewell, Fantastic Venus!' , die verhalen herdrukt op basis van de pre-sonde-ideeën van Venus. Hij gaf ook samen met Harrison een reeks bloemlezingen van 'The Year's Best Science Fiction' (nrs. 1-9, 1968-1976) uit. In 1948 trouwde Aldiss met Olive Fortescue, secretaris van de eigenaar van Sanders 'boekverkoper in Oxford, waar hij sinds 1947 werkte. Hij had twee kinderen uit zijn eerste huwelijk: Clive in 1955 en Caroline Wendy in 1959, maar het huwelijk "stortte uiteindelijk in" in 1959 en ontbond in 1965. In 1965 trouwde hij met zijn tweede vrouw, Margaret Christie Manson (dochter van John Alexander Christie Manson, een luchtvaartingenieur), een Schotse vrouw en secretaris van de redacteur van de Oxford Mail; Aldiss was 40 en zij 31. Ze woonden in Oxford en kregen samen twee kinderen, Tim en Charlotte. Ze stierf in 1997. Aldiss was de auteur van meer dan 80 boeken en 300 korte verhalen, evenals verschillende dichtbundels. Overleden te Oxford.
In 1943, tijdens de Tweede Wereldoorlog, sloot hij zich aan bij het legeronderdeel Royal Signals en kwam als militair in actie in Birma, indertijd nog een Britse kolonie. Zijn legerervaring inspireerde het tweede en derde boek van Horatio Stubbs, respectievelijk  ''A Soldier Erect'' en ''A Rude Awakening.''
 
Na de Tweede Wereldoorlog (1945) werkte hij als boekverkoper in Oxford. Hij schreef ook een aantal korte stukken voor een vakblad over de ervaringen van een boekverkoper in een fictieve boekhandel. Deze trokken de aandacht van Charles Monteith, een redacteur bij uitgeverij Faber and Faber. Als gevolg hiervan publiceerden Faber en Faber Aldiss' allereerste boek, ''The Brightfount Diaries'' (1955), een roman van 200 pagina's in dagboekvorm over het leven van een verkoopassistent in een boekwinkel.
 
Rond deze tijd begon hij ook sciencefiction te schrijven voor verschillende tijdschriften. Volgens ISFDB was zijn eerste speculatieve fictie in druk het korte verhaal ''Criminal Record,'' gepubliceerd door John Carnell in het juli 1954 nummer van ''Science Fantasy''. Verscheidene van zijn verhalen verschenen in 1955, waaronder drie in maandelijkse nummers van ''New Worlds'',
 
In 1954 organiseerde de krant The Observer een wedstrijd voor een kort verhaal dat zich afspeelt in het jaar 2500. Aldiss 'verhaal ''Not For An Age'' kwam op de derde plaats na een stemming van lezers, onder redactie van de publicist John Carnell, die al eerder een kort verhaal van Aldiss publiceerde. (zie voorgaande alinea)
 
Zijn dagboek cyclus genaamd de ''Brightfount Diaries'' was een klein succes geweest en uitgeverij Faber vroeg Aldiss of hij nog meer artikelen had die ze konden bekijken met het oog op publicatie...
 
Zo ontstond zijn eerste sciencefictionboek, een verzameling van korte verhalen getiteld S''pace, Time and Nathaniel'' (Faber, 1957). Tegen die tijd kwamen zijn verdiensten uit het schrijven overeen met zijn loon in de boekwinkel, en nam hij de beslissing om fulltime schrijver te worden.
 
Aldiss stond eerste in de stemming voor ''meest veelbelovende nieuwe auteur'' van 1958 op de Worldcon van volgend jaar, maar eindigde achter ‘geen onderscheiding’.
 
In 1960 werd hij verkozen tot voorzitter van de British Science Fiction Association. Aldiss was ook de literaire redacteur van de Oxford Mail krant van 1958 tot 1969.
 
Rond 1964, begon hij in samenwerking met Harry Harrison met het allereerste tijdschrift met artikelen en recensies over sciencefiction: ''Science Fiction Horizons''. Het besloeg twee publicaties. Auteurs zoals James Blish en een discussie tussen Aldiss, CS Lewis en Kingsley Amis kwamen in het eerste nummer ter sprake en een interview met William S. Burroughs in het tweede nummer.
 
In 1967 noemde Algis Budrys de auteurs: Brian Aldiss, J.G. Ballard, Roger Zelazny en Samuel R. Delany een ''wereldschokkend nieuw soort schrijvers en leiders van de New Wave.''
 
Aldiss gaf naast zijn eigen geschriften een aantal bloemlezingen uit: Voor Faber bewerkte hij ''Introducing SF'', een verzameling verhalen die verschillende thema's van sciencefiction typeren, en ''Best Fantasy Stories''. In 1961 zag de bloemlezing van herdrukte korte sciencefiction voor de Britse paperbackuitgever Penguin Books onder de titel ''Penguin Science Fiction'', het licht. Dit was opmerkelijk succesvol, ging over in talloze herdrukken en werd gevolgd door twee andere bloemlezingen: ''More Penguin Science Fiction'' (1963) en ''Yet More Penguin Science Fiction'' (1964). De latere bloemlezingen genoten hetzelfde succes als de eerste, en alle drie werden uiteindelijk samen gepubliceerd als ''The Penguin Science Fiction Omnibus'' (1973), die ook in een aantal herdrukken ging.
 
In de jaren zeventig produceerde hij verschillende grote collecties klassieke grootschalige sciencefiction, onder de titels ''Space Opera'' (1974), ''Space Odysseys'' (1975), ''Galactic Empires'' (1976), ''Evil Earths'' (1976) en ''Perilous Planets'' (1978). Rond deze tijd bewerkte hij een groot formaat boek ''Science Fiction Art'' (1975), met selecties van kunstwerken uit de tijdschriften en pulp.
 
Als reactie op de resultaten van de planetaire sondes van de jaren zestig en zeventig - die aantoonden dat de planeet Venus totaal niet leek op de hete, tropische jungle die gewoonlijk in sciencefiction wordt afgebeeld - publiceerden Aldiss en Harrison een bloemlezing ''Farewell, Fantastic Venus!''. Deze bevatte verhalen op basis van de ‘pre-sonde-ideeën’ over Venus. Hij gaf ook samen met Harrison een reeks bloemlezingen van ''The Year's Best Science Fiction'' (nrs. 1-9, 1968-1976) uit.
 
Het boek ''Frankenstein Unbound'' werd verfilmd door Roger Corman (1990). Het verhaal ''Supertoys Last All Summer Long'' vormde de basis voor de film ''AI'' (2001) van Steven Spielberg.
 
Aldiss won de Hugo Award voor het korte verhaal ''Hothouse'' in 1962. In 1965 verdiende hij de Nebula Award met de novelle ''The Saliva Tree''. Zijn eerste BSFA Award kreeg hij in 1971 voor de roman ''The Moment of Eclipse''. De John W. Campbell Memorial Award en de BSFA Award werden hem in 1983 toegekend voor ''Helliconia Spring'' en in 1985 won ''Helliconia Winter'' hem nog een BSFA Award. Met ''Trillion Year Spree'' kreeg hij in 1987 zijn tweede Hugo, de vierde BSFA Award en de Locus Award voor beste non-fictie boek. In 1999 ontving hij de Nebula Grand Master Award van de Science Fiction and Fantasy Writers of America. In 2005 werd hij benoemd tot OBE (Officier in de Most Excellent Order of the British Empire).
 
In 1948 trouwde Aldiss met Olive Fortescue, secretaris van de eigenaar van Sanders' boekverkoper in Oxford, waar hij sinds 1947 werkte. Hij had twee kinderen uit zijn eerste huwelijk: Clive in 1955 en Caroline Wendy in 1959, maar het huwelijk "stortte uiteindelijk in" in 1959 en werdontbond in 1965. In 1965 trouwde hij met zijn tweede vrouw, Margaret Christie Manson (dochter van John Alexander Christie Manson, een luchtvaartingenieur), een Schotse vrouw en secretaris van de redacteur van de Oxford Mail; Aldiss was 40 en zij 31. Ze woonden in Oxford en kregen samen twee kinderen, Tim en Charlotte. Ze stierf in 1997. Aldiss was de auteur van meer dan 80 boeken en 300 korte verhalen, evenals verschillende dichtbundels.  
 
Overleden te Oxford, Oxfordshire, een dag na zijn 92ste verjaardag.

Versie van 13 okt 2023 10:37

Geboren te Dereham, Norfolk. Brian Wilson Aldiss was een Brits sciencefictionschrijver. Geboren boven de stoffenwinkel (textiel) van zijn grootvader. Na het overlijden van zijn grootvader verkocht Aldiss’ vader Bill zijn aandeel in de winkel en verliet de familie in Dereham. De moeder van Brian Aldiss, Dot, was de dochter van een aannemer.

Al op 3-jarige leeftijd begon Aldiss verhalen te schrijven die zijn moeder zou inbinden en bewaren. Op de leeftijd van 6 jaar ging hij naar het Framlingham College en het gezin verhuisde naar Devon. In 1939, na het uitbreken van wat van later de Tweede Wereldoorlog zou heten, werd Brian naar de West Buckland School in Devon gestuurd. Gedurende die periode ontdekte hij het pulptijdschrift Astounding Science Fiction. Hij las uiteindelijk alle romans van H.G. Wells en Robert Heinlein, en later Philip K. Dick.

In 1943, tijdens de Tweede Wereldoorlog, sloot hij zich aan bij het legeronderdeel Royal Signals en kwam als militair in actie in Birma, indertijd nog een Britse kolonie. Zijn legerervaring inspireerde het tweede en derde boek van Horatio Stubbs, respectievelijk A Soldier Erect en A Rude Awakening.

Na de Tweede Wereldoorlog (1945) werkte hij als boekverkoper in Oxford. Hij schreef ook een aantal korte stukken voor een vakblad over de ervaringen van een boekverkoper in een fictieve boekhandel. Deze trokken de aandacht van Charles Monteith, een redacteur bij uitgeverij Faber and Faber. Als gevolg hiervan publiceerden Faber en Faber Aldiss' allereerste boek, The Brightfount Diaries (1955), een roman van 200 pagina's in dagboekvorm over het leven van een verkoopassistent in een boekwinkel.

Rond deze tijd begon hij ook sciencefiction te schrijven voor verschillende tijdschriften. Volgens ISFDB was zijn eerste speculatieve fictie in druk het korte verhaal Criminal Record, gepubliceerd door John Carnell in het juli 1954 nummer van Science Fantasy. Verscheidene van zijn verhalen verschenen in 1955, waaronder drie in maandelijkse nummers van New Worlds,

In 1954 organiseerde de krant The Observer een wedstrijd voor een kort verhaal dat zich afspeelt in het jaar 2500. Aldiss 'verhaal Not For An Age kwam op de derde plaats na een stemming van lezers, onder redactie van de publicist John Carnell, die al eerder een kort verhaal van Aldiss publiceerde. (zie voorgaande alinea)

Zijn dagboek cyclus genaamd de Brightfount Diaries was een klein succes geweest en uitgeverij Faber vroeg Aldiss of hij nog meer artikelen had die ze konden bekijken met het oog op publicatie...

Zo ontstond zijn eerste sciencefictionboek, een verzameling van korte verhalen getiteld Space, Time and Nathaniel (Faber, 1957). Tegen die tijd kwamen zijn verdiensten uit het schrijven overeen met zijn loon in de boekwinkel, en nam hij de beslissing om fulltime schrijver te worden.

Aldiss stond eerste in de stemming voor meest veelbelovende nieuwe auteur van 1958 op de Worldcon van volgend jaar, maar eindigde achter ‘geen onderscheiding’.

In 1960 werd hij verkozen tot voorzitter van de British Science Fiction Association. Aldiss was ook de literaire redacteur van de Oxford Mail krant van 1958 tot 1969.

Rond 1964, begon hij in samenwerking met Harry Harrison met het allereerste tijdschrift met artikelen en recensies over sciencefiction: Science Fiction Horizons. Het besloeg twee publicaties. Auteurs zoals James Blish en een discussie tussen Aldiss, CS Lewis en Kingsley Amis kwamen in het eerste nummer ter sprake en een interview met William S. Burroughs in het tweede nummer.

In 1967 noemde Algis Budrys de auteurs: Brian Aldiss, J.G. Ballard, Roger Zelazny en Samuel R. Delany een wereldschokkend nieuw soort schrijvers en leiders van de New Wave.

Aldiss gaf naast zijn eigen geschriften een aantal bloemlezingen uit: Voor Faber bewerkte hij Introducing SF, een verzameling verhalen die verschillende thema's van sciencefiction typeren, en Best Fantasy Stories. In 1961 zag de bloemlezing van herdrukte korte sciencefiction voor de Britse paperbackuitgever Penguin Books onder de titel Penguin Science Fiction, het licht. Dit was opmerkelijk succesvol, ging over in talloze herdrukken en werd gevolgd door twee andere bloemlezingen: More Penguin Science Fiction (1963) en Yet More Penguin Science Fiction (1964). De latere bloemlezingen genoten hetzelfde succes als de eerste, en alle drie werden uiteindelijk samen gepubliceerd als The Penguin Science Fiction Omnibus (1973), die ook in een aantal herdrukken ging.

In de jaren zeventig produceerde hij verschillende grote collecties klassieke grootschalige sciencefiction, onder de titels Space Opera (1974), Space Odysseys (1975), Galactic Empires (1976), Evil Earths (1976) en Perilous Planets (1978). Rond deze tijd bewerkte hij een groot formaat boek Science Fiction Art (1975), met selecties van kunstwerken uit de tijdschriften en pulp.

Als reactie op de resultaten van de planetaire sondes van de jaren zestig en zeventig - die aantoonden dat de planeet Venus totaal niet leek op de hete, tropische jungle die gewoonlijk in sciencefiction wordt afgebeeld - publiceerden Aldiss en Harrison een bloemlezing Farewell, Fantastic Venus!. Deze bevatte verhalen op basis van de ‘pre-sonde-ideeën’ over Venus. Hij gaf ook samen met Harrison een reeks bloemlezingen van The Year's Best Science Fiction (nrs. 1-9, 1968-1976) uit.

Het boek Frankenstein Unbound werd verfilmd door Roger Corman (1990). Het verhaal Supertoys Last All Summer Long vormde de basis voor de film AI (2001) van Steven Spielberg.

Aldiss won de Hugo Award voor het korte verhaal Hothouse in 1962. In 1965 verdiende hij de Nebula Award met de novelle The Saliva Tree. Zijn eerste BSFA Award kreeg hij in 1971 voor de roman The Moment of Eclipse. De John W. Campbell Memorial Award en de BSFA Award werden hem in 1983 toegekend voor Helliconia Spring en in 1985 won Helliconia Winter hem nog een BSFA Award. Met Trillion Year Spree kreeg hij in 1987 zijn tweede Hugo, de vierde BSFA Award en de Locus Award voor beste non-fictie boek. In 1999 ontving hij de Nebula Grand Master Award van de Science Fiction and Fantasy Writers of America. In 2005 werd hij benoemd tot OBE (Officier in de Most Excellent Order of the British Empire).

In 1948 trouwde Aldiss met Olive Fortescue, secretaris van de eigenaar van Sanders' boekverkoper in Oxford, waar hij sinds 1947 werkte. Hij had twee kinderen uit zijn eerste huwelijk: Clive in 1955 en Caroline Wendy in 1959, maar het huwelijk "stortte uiteindelijk in" in 1959 en werdontbond in 1965. In 1965 trouwde hij met zijn tweede vrouw, Margaret Christie Manson (dochter van John Alexander Christie Manson, een luchtvaartingenieur), een Schotse vrouw en secretaris van de redacteur van de Oxford Mail; Aldiss was 40 en zij 31. Ze woonden in Oxford en kregen samen twee kinderen, Tim en Charlotte. Ze stierf in 1997. Aldiss was de auteur van meer dan 80 boeken en 300 korte verhalen, evenals verschillende dichtbundels.

Overleden te Oxford, Oxfordshire, een dag na zijn 92ste verjaardag.