Geboren te Markelo, Overijssel. Mieke Kooyker-Romijn was een Nederlandse schrijfster van kinderboeken. Doorliep het gymnasium.
Sinds 1971 is ze fulltime schrijfster. Tussen 1954 en 1966 schreef ze verhalen en gedichten voor het tijdschrift Kris-Kras en in 1970 verscheen haar eerste kinderboek Het malle ding van Bobbistiek, waar ze meteen een Gouden Griffel voor ontving. De heksensteen werd in 1980 geplaatst op een erelijst van de beste in Amerika verschenen jeugdboeken. Met haar boek Het Oerlanderboek won ze de Vlag en Wimpelprijs.
De boeken van Leonie Kooiker zijn tegelijk spannend, avontuurlijk en humoristisch. Ze schrijft over dingen die onmogelijk zijn, maar dan op zo’n manier dat ze heel gewoon lijken. Haar hoofdpersonen zijn gewone kinderen. Soms zijn het de kinderen die fantastische uitvindingen doen, maar vaker komen ze via anderen in aanraking met fantastische dingen. Dat kunnen bovennatuurlijke zaken zijn, zoals tovenarij, geesten en heksen, maar bijvoorbeeld ook een machine om doden weer levend te maken. In haar boeken komen vaak oude mensen voor die zich een beetje apart gedragen.
Ze trouwde al jong met Gerard Kooyker, een huisarts. Ze kregen vier kinderen. Hun namen komen voor in sommige van haar boeken: Albert, Bobbie, Huib en Annelie.
Overleden te Papendrecht, Zuid-Holland.
