Persoon/3840
Geboren te Columbus, Ohio. Studeerde Engels aan de universiteit en gaf daarna een tijdje les in maatschappijleer aan een middelbare school. Vanaf 1969 heeft hij meegewerkt aan verschillende tijdschriften. Hij was onder meer hoofdredacteur van het humoristische blad ‘Bananas’. In Amerika schreef hij vanaf 1978 onder de naam Jovial Bob Stine humoristische verhalen voor kinderen. Voorbeelden daarvan zijn ‘How to be funny: an extremely silly guidebook’ en ‘The complete book of nerds’. Een aantal boeken schreef hij samen met zijn vrouw Jane Waldhorn.
In die tijd schreef hij ook onder zijn eigen naam; dat waren vooral boeken over bekende televisiehelden als Indiana Jones, G.I. Joe en James Bond. Deze boeken zaten op een speciale manier in elkaar. De lezer kon kiezen uit verschillende oplossingen van een probleem, en dan alleen dat stuk lezen waarvoor hij gekozen had. In Amerika waren dit soort boeken erg populair in de jaren tachtig. Ze werden ‘you choose the story line’ boeken genoemd (ofwel: jij kiest de verhaalroute). Twee van dergelijke verhalen zijn vertaald: ‘Avontuur in de tijd’ en ‘Het zwaard van Dragonwalk’. Vanaf 1982 gebruikt hij niet langer de nam Jovial Bob, maar tekende voortaan altijd met R.L. Stine of Robert L. Stine. Hij schreef geen humoristische verhalen meer, maar stapte in de wereld van demonen, spoken en levende doden. Zijn eerste echte griezelboek voor tieners verscheen in 1986: ‘Blind date’. Zijn eerste horror-verhalen publiceerde hij eind jaren tachtig in de serie ‘Fear street’, bedoeld voor lezers vanaf ongeveer 14 jaar. In Nederland gaf uitgeverij Deltas een aantal titels uit deze serie uit. Stine houdt wel van wat mysterie, ook rond zijn eigen persoon. Hij gebruikte namelijk nog twee schuilnamen: Eric Affabee en Zachary Blue. De boeken die hij onder deze namen schreef zijn (nog) niet vertaald in het Nederlands. Schrijven heeft hij gedaan zolang hij zich herinnert. Toen hij negen jaar was vond hij op zolder een oude type-machine. Hij begon te schrijven en wist vanaf die tijd dat hij later schrijver wilde worden. Het aantal boeken van zijn hand is bijna niet meer te tellen: het schijnen er al zo’n 200 te zijn. Als kind was hij ook een gretige lezer: hij las alles wat hij te pakken kon krijgen, eerst vooral sprookjes en legenden, later griezelverhalen, humoristische verhalen en veel science-fiction. Op de middelbare school, en later op de universiteit, bewerkte hij de verhalen die hij las voor verschillende schoolbladen en tijdschriften of verzon zelf nieuwe. Vanaf 1994 verschenen in de serie Kippevel van uitgeverij Kluitman vertalingen van Stine’s boeken die in Amerika in de serie Goosebumps worden uitgegeven. Die serie bestaat daar al uit zo’n 40 boeken. Stine begon met deze reeks horror-verhalen in 1992. Bijna iedere maand komt hij met een nieuwe titel. Dat belooft nog wat voor de liefhebbers! In Amerika bestaat er een Goosebumps fanclub, waar de lezers pakketjes monsterbloed en petjes met afbeeldingen van monsters, geesten en dergelijke kunnen kopen. Naast deze serie gaf Kluitman ook een reeks detectives uit. Daarin zitten inmiddels bekende verhalen als ‘De babysitter I en II’ en ‘De lifter’. De boeken van Stine worden door kinderen graag gelezen omdat ze spannend, griezelig en soms ook grappig zijn. En altijd zorgt Stine voor een onverwacht slot. Ze zijn nooit moeilijk te lezen; Stine gebruikt zoveel mogelijk eenvoudige woorden en maakt niet te lange zinnen. Hij probeert te schrijven zoals zijn lezers spreken. Zijn belangrijkste doel is zijn lezers te amuseren met zijn verhalen. Dat dat hem goed lukt blijkt wel uit de verkoopcijfers van zijn boeken. In Amerika scoorde hij hoog bij verschillende kinderjury’s
