Boek/981565698

De tweede Science Fiction Omnibus bevat uitsluitend niet-technische sf, en vormt daarom ook boeiende lectuur voor iedereen die zich tot nu to beperkt heeft tot het lezen van thrillers, detectives of avonturenromans.

Is Jerry een mens van Robert A. Heinlein heeft de merkwaardige rechtszaak uit de geschiedenis van de mensheid tot onderwerp: een diep verontwaardigde dame spant een proces aan tegen de Phoenix Fokkerijen omdat die hun mensapen afmaken als ze te oud zijn geworden om aan het arbeidsproces te kunnen deelnemen.

De Grote Onttakeling van Alfred Bester - een meermalen bekroonde classic! - is sprake van een maatschappij die wordt beheerst en gecontroleerd door de elite van de Ezpers: een kleine groep mensen die de in iedereen sluimerende telepatische begaafdheid tot een ongekende graad hebben weten te ontwikkelen en die zonder moeite iemands gedachten kunnen 'peilen'; misdadigers hebben het daardoor moeilijk, tenzij men een Ezper bereid vindt om onder éen hoedje te spelen.

Wonder van Henry Slesar is een 'shocker' - in miniatuur; zwarte humor bij uitnemendheid. De meest ongewone buitenaardse wezens komt u tegen in Fredic Brown's Marsbewoners, hoepel op! dat de uiterste consequenties van een absurde situatie tot in de finesses beschrijft.

Robert Sheckley, tenslotte laat in De volmaakte vrouw de werkelijkheid geworden droom van iedere man zien; maar hoe volmaakt de Moderne Vrouw ook is, toch zijn verborgen gebreken niet altijd uitgesloten ...


‘Bruna heeft een twééde kloeke Science-Fiction-Omnibus uitgebracht waarin de twee romans en de drie verhalen nu eens niet zozeer draaien om ruimtevaart en technische wonderen, maar om veronderstelde mogelijkheden van de menselijke geest en van robots en andere mensachtigen. Alfred Bester’s ‘De grote onttakeling’ is een even pakkende als spitsvondige misdaadroman over hoe moeilijk het kan zijn een moord te beramen en uit te voeren in een samenleving die beheerst wordt door een groep supermensen die het telepathisch gedachten lezen tot in grote perfectie hebben ontwikkeld. De andere roman, ‘Marsbewoners, hoepel op!’ door Fredric Brown is een erg komische variatie op het thema van de massale invasie van de aarde door vreemde wezens, zo hardnekkig nieuwsgierig dat ze overal doordringen en bij blijven, tot huwelijksnachten toe. Robert Heinlein houdt zich in ‘Is Jerry een mens?’ bezig met de rechten van robots. De twee andere verhalen van Henry Slesar en Robert Sheckley zijn weliswaar erg kort, maar toch ook vermakelijk en overdenkenswaard.’ J.J. Strating (Het Parool)

‘De nieuwe science fiction-omnibus die door A.W. Bruna te Utrecht is uitgegeven is alleen al zijn geld dubbel en dwars waard, omdat het boek een vertaling bevat van de ongetwijfeld beste humoristische science fiction-roman, die Fredric Brown ooit heeft geschreven: Martians go home. ‘Marsbewoners, hoepel op!’ luidt de kreet in het Nederlands, die door de mensheid wordt uitgeschreeuwd, als de wereld plotseling wordt overspoeld door een vloedgolf Marsmannetjes. Die Marsmannetjes blijken er precies uit te zien, zoals ze al jaren in de science-fiction-boeken zijn beschreven: klein en groen. Ze komen alleen niet om te vechten, ze zijn nog veel lastiger. Ze kunnen gedachtelezen en ze beschikken over een hoogontwikkeld rechtvaardigheidsgevoel. Wanneer iemand iets staat te beweren, waar hij niets van meent, dan kan hij er donder op zeggen, dat een aanwezige Martiaan onmiddellijk aan de verzamelde toehoorders zal mededelen, wat de geachte spreker wél denkt. Het is duidelijk, dat vergaderingen van de Tweede Kamer en dat soort instellingen op slag volkomen onmogelijk worden, want de Martianen zouden prompt het ‘parlementaire spel’ bederven. Ze kunnen ook niet buitengesloten worden, want ze lopen dwars door deuren en muren heen, en niemand die een Martiaan een flinke opstopper wil verkopen komt tot zijn ontzetting tot de ontdekking dat zijn hand gewoon door het wezen heenschiet zonder dat het er iets van merkt. Kortom, het zijn grote krengen. Op het moment, dat de mensheid er na aan toe is ook groen te zien, maar dan van nijd, verdwijnen de Martianen weer even geheimzinnig als ze zijn gekomen.’ Gerard Suurmeijer (De Gelderse Pers)