Persoon/1215317837

Geboren te Eindhoven, Noord-Brabant. Henriëtte Maria Sophia Neelissen-Laury was een Nederlandse kinderboekenschrijfster en dichteres. Ze was het zesde kind van Petrus Paulus Laurey (1889-1972) en Henriette Gerardina Maria van der Sommen (1890-1978). Haar vader was beroepskeuzeadviseur bij het Gewestelijk Arbeidsbureau in Eindhoven. Ze had net als haar vader, die gelegenheidsgedichten schreef, een rijke fantasie en vertelde graag verhalen aan de buurkinderen. Ze is vooral bekend geworden als schrijfster en vertaalster van sprookjesachtige kinderboeken voor veelal jonge kinderen.

Haar schrijftalent werd al ontdekt en gestimuleerd door Gerard Knuvelder, haar leraar Nederlands op het Catharinalyceum. Ze werkte als secretaresse eerst in Eindhoven en later in Amsterdam, tot zij in 1955 trouwde met de journalist Ton Neelissen. Vanaf dat moment woonde zij in Haarlem. Laurey werd huisvrouw en moeder van twee kinderen en omschreef zichzelf als "een zondagsschrijfster" - maar dan wel een erg productieve.

Debuteerde als dichter in 1945 met Laatste gebed in De Nieuwe Eeuw. Laurey's eerste eigen bundel, Loreley, verscheen in 1952 en had als autobiografisch hoofdthema het verlies van een grote liefde. De bundel Oorbellen (Holland, 1954), met liefdesgedichten in kwatrijnvorm, vond veel bijval bij een groot publiek. In 1956 was er opni euw succes: bij de Poëzieprijsvraag van de Haarlemse Sociëteit Teisterbant won ze met haar gedicht Groot Heiligland de tweede prijs, waarna het gedicht werd opgenomen in de uitgave De Haarlemse Heiliglanden. Proeve van topografische poëzie (1956). Niet alleen als dichteres was Harriet Laurey actief, ook anderszins liet ze haar sporen na op letterkundig gebied. Zo was ze van 1953 tot 1960 als redactrice verbonden aan Roeping en verleende ze in die periode eveneens haar medewerking aan Nieuwe Stemmen. Nog in 1971 schreef een recensente in De Telegraaf (21 oktober) dat zij de bundel Oorbellen "al vijftien jaar lang tot de beste Nederlandse liefdespoëzie" rekende. In hetzelfde jaar dat de bundel Oorbellen verscheen, dus in 1954, ontving Harriet Laurey de literaire prijs van de Groot-Kempische Cultuurdagen in Hilvarenbeek.

Er werden twee dochters geboren, Bernadette (1959) en Catalien (1961). Daarna begon Harriet op advies van Jan Bernhard van Ulzen (1891-1962), directeur van uitgeverij Holland, verhalen en gedichten voor jonge kinderen te schrijven. Dat deed ze vooral ’s avonds, want haar gezin ging voor.

Haar eerste kinderboek, Tovertje Konijn en Haasje Repje, verscheen in 1956. Laurey won maar liefst twee keer de prijs voor het beste kinderboek van het jaar (de latere Gouden Griffel), voor Sinterklaas en de struikrovers (1958) en voor Verhalen van de spinnende kater (1969). Naast verhalen schreef Harriet Laurey ook gedichten voor kinderen. Deze werden onder meer gebundeld in Zeg vlinderman… (1961) en Kinderversjes (1976).

Verder schreef ze de instructieve prentenboeken Rondjes en vlakjes (1966) en Stad en land (1973), werkte ze mee aan schoolleesseries als De Trapeze en Van A tot Z en bewerkte ze verhalen en gedichten uit het Engels, Duits en Frans, waaronder De kleine Muck (1969) van W. Hauff en Sprookjes van Andersen (1975).

Harriet Laurey publiceerde ruim tachtig titels. Ze is vooral bekend geworden als schrijfster en vertaalster van sprookjesachtige kinderboeken, een genre waarmee ze, zoals ze zelf zei, in contact bleef met haar eigen ‘kind-zijn’. In het voorwoord bij De mooiste sprookjes uit alle landen (1968) van Antoon Coolen schreef ze: "Het sprookje is zelf een kind. Het heeft de onverbasterde, roekeloze wijsheid, die de wijsheid van kinderen is".

In 2002 kreeg ze een herseninfarct, waardoor ze eenzijdig verlamd raakte. Overleden te Lage Mierde, Reusel-De Mierden, Noord-Brabant. Vijf dagen later werd ze gecremeerd in Eindhoven.