Geen bewerkingssamenvatting |
|||
| Regel 1: | Regel 1: | ||
Alexander Jagtenberg werd geboren op 3 augustus 1921 in amsterdam, maar groeide op in Amersfoort als als jongste in een socialistisch georiënteerd gezin met acht kinderen. | |||
Zijn carrière begon als reclametekenaar in dienst van Bureau J.P. (Jaap) Kastelein in Hilversum, waar op dat moment ook Pieter Kuhn en Cor van Velsen als tekenaar werkzaam waren. Naast dat hij in dienst van Kastelein onder andere een poster voor versnaperingen van Coöperatieve Groothandelsvereeniging De Handelskamer (HAKA) tekende, werkte hij vooral ontwerpen uit van Kuhn, die chef-tekenaar was bij Kastelein. Toen Kuhn in 1942 voor zichzelf een tekenstudio begon nam hij hem mee. Samen begon het tweetal illustraties te vervaardigen voor een serie sprookjesboeken. Deze boeken verschenen in 1943 en 1944 bij uitgeverij Goede Pers te Averbode, achter welk impressum in werkelijkheid de Hilversumse boekhandelaar Richard Bing schuilging. De meeste illustraties werden door Kuhn vervaardigd waarbij Jagtenberg de inkleuring en afwerking verzorgde. Incidenteel nam hij ook de gehele prent voor zijn rekening. Een ander gezamenlijk project dat in de oorlogsjaren brood op de plank bracht was de vervaardiging van een reeks prentbriefkaarten met gefingeerde oud-Hollandse stadsgezichten en straattaferelen. Hoewel ook deze prentbriefkaarten de signatuur van Kuhn dragen had hij een belangrijk aandeel in de totstandkoming ervan. Om aan tewerkstelling in Duitsland te ontkomen dook hij in 1944 onder op een boot van Pieter Kuhn in Loosdrecht. Ook zijn voormalige collega Cor van Velsen heeft enige tijd ondergedoken gezeten op deze boot, evenals de reeds genoemde Richard Bing. | |||
Na de Tweede Wereldoorlog liep hij ergens tussen Rembrandtplein en Munt Pieter Kuhn weer tegen het lijf. Bij die gelegenheid vroeg Kuhn hem of hij er wat voor voelde om strips te gaan tekenen. Kuhn was op dat moment reeds bezig met de krantenstrip Kapitein Rob die hem later beroemd maakte. Hij sloeg Kunhs aanbod af omdat hij het tekenen van een dagelijkse strip te tijdrovend vond. | |||
Versie van 7 sep 2022 20:46
Alexander Jagtenberg werd geboren op 3 augustus 1921 in amsterdam, maar groeide op in Amersfoort als als jongste in een socialistisch georiënteerd gezin met acht kinderen.
Zijn carrière begon als reclametekenaar in dienst van Bureau J.P. (Jaap) Kastelein in Hilversum, waar op dat moment ook Pieter Kuhn en Cor van Velsen als tekenaar werkzaam waren. Naast dat hij in dienst van Kastelein onder andere een poster voor versnaperingen van Coöperatieve Groothandelsvereeniging De Handelskamer (HAKA) tekende, werkte hij vooral ontwerpen uit van Kuhn, die chef-tekenaar was bij Kastelein. Toen Kuhn in 1942 voor zichzelf een tekenstudio begon nam hij hem mee. Samen begon het tweetal illustraties te vervaardigen voor een serie sprookjesboeken. Deze boeken verschenen in 1943 en 1944 bij uitgeverij Goede Pers te Averbode, achter welk impressum in werkelijkheid de Hilversumse boekhandelaar Richard Bing schuilging. De meeste illustraties werden door Kuhn vervaardigd waarbij Jagtenberg de inkleuring en afwerking verzorgde. Incidenteel nam hij ook de gehele prent voor zijn rekening. Een ander gezamenlijk project dat in de oorlogsjaren brood op de plank bracht was de vervaardiging van een reeks prentbriefkaarten met gefingeerde oud-Hollandse stadsgezichten en straattaferelen. Hoewel ook deze prentbriefkaarten de signatuur van Kuhn dragen had hij een belangrijk aandeel in de totstandkoming ervan. Om aan tewerkstelling in Duitsland te ontkomen dook hij in 1944 onder op een boot van Pieter Kuhn in Loosdrecht. Ook zijn voormalige collega Cor van Velsen heeft enige tijd ondergedoken gezeten op deze boot, evenals de reeds genoemde Richard Bing.
Na de Tweede Wereldoorlog liep hij ergens tussen Rembrandtplein en Munt Pieter Kuhn weer tegen het lijf. Bij die gelegenheid vroeg Kuhn hem of hij er wat voor voelde om strips te gaan tekenen. Kuhn was op dat moment reeds bezig met de krantenstrip Kapitein Rob die hem later beroemd maakte. Hij sloeg Kunhs aanbod af omdat hij het tekenen van een dagelijkse strip te tijdrovend vond.
